Everina Borst (“Moeder Sarov”) en Gabriël Sarphatie: Leven, Liefde en Lijden in Sint-Mariaburg

Everina Johanna Borst, beter bekend als Ruth Sarphatie of “Moeder Sarov”, was een geliefde radiostem en sociaal geëngageerde vrouw in Antwerpen. Uit liefde bekeerde ze zich tot het Jodendom en vormde met haar man Gabriël een warm middelpunt in Sint‑Mariaburg. In 1942 werden zij opgepakt; Gabriël werd in Auschwitz vermoord, Ruth na zware mishandeling gedood. Haar moed en toewijding blijven voortleven in monumenten, straatnamen en herinnering.

Jeugd, bekering en huwelijk

Everina Johanna Borst werd op 18 januari 1888 geboren in het Nederlandse Kralingen, als jongste dochter van Arie Borst & Pietje van den Berg, een Nederlands-Hervormd gezin. Haar jeugd bracht ze voornamelijk door langs de Nesserdijk in Rotterdam, in een tijd waarin religieuze achtergrond vanzelfsprekend bepalend was voor identiteit en gemeenschap. Op jonge leeftijd viel haar schrijftalent op; ze stond als journaliste ingeschreven en schreef stukken in onder andere De Joodsche Invalide.

Haar leven nam een andere wending toen ze de Joodse diamantair Gabriël Sarphatie (geboren 14 januari 1881) uit Amsterdam ontmoette (zoon van Raphael Sarphatie & Mietje Blitz, een traditioneel Amsterdams-Joodse diamantairsfamilie). Deze ontmoeting werd het begin van hun liefdesgeschiedenis: Everina bekeerde zich tot het Jodendom via een formele gioer (overgang) en nam haar nieuwe Joodse naam Ruth aan. Ze trouwden op 4 oktober 1917 in Rotterdam en hielden hun choepa, de Joodse huwelijksinzegening, een week later (25 Tisjrie 5678) te Huize Stranders in Amsterdam, wat volgens Joodse wet enkel mogelijk was na religieuze bekering. In officiële documenten was haar geloof eerst nog “Nederlands Hervormd”, later werd dat doorgehaald en vervangen door “Israëlitisch”.

Vestiging in België en sociaal engagement

Het echtpaar vestigde zich in 1919 in Antwerpen en vond vanaf 1923 hun thuis in villa “La Mascotte” in Sint-Mariaburg (Ekeren). Ruth Sarphatie werd al snel een spilfiguur in de Antwerpse samenleving, zowel in de Joodse gemeenschap als daarbuiten. Ze zat in het bestuur van het Willemsfonds en vrouwenvereniging Mikweih Jisroeil die zich inzette voor Joodse vrouwen en onder meer zich inzette tegen de christelijke bekeringsdrang. Zij gaf voordrachten voor de plaatselijke kring in Grand Hotel Moeder Mie, onder andere over “Guido Gezelle, zijn leven en werk” en over “Zeden en gewoonten der inlanders van Congo”. Haar sociaal engagement was breed; naast haar culturele werk participeerde ze in allerlei liefdadigheidsinitiatieven en wilde ze vooral de leefwereld van kinderen verbeteren. Ze leidde 50 kinderen van de jeugdafdeling van de Vlaamse Kring.

Moeder Sarov: radioster en moederfiguur

In de jaren ’30 groeide Ruth Sarphatie uit tot een van de bekendste stemmen van Vlaanderen, onder haar radionaam “Moeder Sarov”. Ze presenteerde het kinderuurtje op de socialistische arbeidersradio SAROV (Socialistische Arbeiders Radio-Omroep voor Vlaanderen), samen met kinderen als de jonge Luc Philips (“Jefke”) en Jeanneke Michielsen. Het programma was immens populair: jong en oud verzamelden zich rond de radio, uitzendingen op verplaatsing en grote kinderfeesten trokken telkens honderden mensen.

Ruth was ook letterlijk moeder voor anderen: ze nam de jonge (latere Antwerpse rabbijn) Yaakov (Jakob) Friedrich in huis toen diens vader vertrok en zijn moeder ziek werd. Ze werd zijn officiële pleegmoeder. Ze betaalde zijn schoolgeld en schreef brieven aan zijn school zodat hij geen katholieke godsdienstles hoefde te volgen. Later regelde ze dat hij een plek kreeg in een orthodox-Joods pleeggezin. Friedrich bleef haar de rest van zijn lange leven (hij werd honderd) als zijn tweede moeder beschouwen en wijdde in zijn memoires (By the Hand of Hashem, 2023) ontroerende bladzijden aan haar zorg en warmte.

Daarnaast schreef Moeder Sarov ook teksten voor bijzondere gelegenheden. Zo componeerde zij de tekst van het lied “Oranje en Israël”, uitgevoerd door het kinderkoor Mogein Dowied van meer dan 1.000 Joodse kinderen bij het bezoek van prinses Juliana en prins Bernhard aan Amsterdam (13 juni 1937). Ze publiceerde ook korte proza- en opinieteksten in Joodse bladen en hield populaire lezingen in het Willemsfonds-milieu.

Opkomst van antisemitisme en het begin van de vervolging

Het leven in Sint-Mariaburg kreeg echter een donkere ondertoon naarmate het antisemitisme sinds het midden van de jaren dertig toenam. Organisaties zoals Volksverwering voerden doelgerichte campagnes tegen de “Joodse invloed” in de regio, met pamfletten (over “verwijdering van alle Joden”), haatpropaganda en zelfs expliciete dreigementen. Volksverwering organiseerde samenkomsten en lezingen in Sint-Mariaburg en deels opzettelijk op populaire plekken waar Joodse middenstanders en gezinnen zich gevestigd hadden. Kranten en radiorapportages staken hun antisemitisch discours niet onder stoelen of banken.

In de moeilijke jaren voor de Tweede Wereldoorlog maakte Ruth deel uit van de Joodse weldadigheidsinstelling ‘de Centrale’ in Antwerpen. Zij werkte er mee aan de opvang en verzorging van behoeftige geloofsgenoten. Ook maakte ze deel uit van het bestuur van het V.E.V.A. (Verbond van Economisch Verweer Antwerpen), een groep die de economische boycot tegen nazi-Duitsland wilden opzetten.

Tijdens de Duitse bezetting moesten alle Joden zich in oktober 1940 laten inschrijven in het gemeentelijk Jodenregister. Opmerkelijk is dat bij Gabriël Sarphatie “Israëlitisch” werd ingevuld, bij Ruth echter “protestants” — een bewuste beslissing wellicht om haar te beschermen, want haar Joodse status stond in de gemeenschap buiten kijf. In april 1942 werden ze bij de Jodenvereniging van België ingeschreven, waarbij Ruth werd gecatalogeerd als “niet-Joods” (“NJ”), opnieuw uit bescherming of administratieve voorzichtigheid. Het echtpaar weigerde volgens Sabine Van Oppens ook lang om de Jodenster te dragen.

Razzia, geweld en martelaarschap

Op 8 september 1942, enkele dagen voor het Joods Nieuwjaar, vond in Sint-Mariaburg een razzia plaats. Ruth Sarphatie werd bij valavond uit hun huis gesleurd en zwaar mishandeld — geslagen met een matrak, haar haren in brand gestoken — om haar de schuilplaats van haar man te laten verraden. Zij zweeg. Gabriël probeerde zichzelf met een mes van het leven te beroven toen hij werd gevonden. Beiden werden afgevoerd. Gabriël kwam uiteindelijk in de Dossinkazerne in Mechelen terecht. Op 15 september volgde deportatie naar Auschwitz-Birkenau via Transport X, waar hij op 17 september aankwam en, gezien zijn leeftijd, vrijwel zeker direct werd vermoord.

Na eerst vrijgelaten te zijn, overleed Ruth aan haar verwondingen op 31 maart 1943 in het Sint-Augustinusziekenhuis van Wilrijk. Ze viel ten prooi aan dezelfde rassenhaat als haar Joodse echtgenoot, ondanks haar niet-Joodse afkomst; haar levenskeuze werd haar noodlottig.

Herdenking en nalatenschap

De begraafplaats van Sint-Mariaburg is sinds 8 augustus 1946 het decor van Ruth Sarphatie’s monumentale graf. Het praalgraf, bekostigd met de verkoop van prentkaarten, toont haar als sprekende moederfiguur met kinderen aan haar voeten. Op het graf staat “Doodgemarteld voor de democratie.” Sinds 2013 draagt een straat in Sint-Mariaburg de naam Moeder Sarovstraat, als blijvend eerbetoon aan haar onbaatzuchtige inzet en tragische lot.

Yad Vashem en het Joods Monument erkennen Ruth Sarphatie als Holocaustslachtoffer net als haar man. In Kazerne Dossin is de foto van Gabriël Sarphatie te vinden op de Portrettenmuur als slachtoffer van de deportatie vanuit SS-Sammellager Mecheln naar Auschwitz-Birkenau.

Ruth Sarphatie was niet als Joodse geboren, maar koos dit leven volledig vanuit liefde en overtuiging, en werd daarvoor gestraft tijdens de Holocaust. Haar radio-ervaring, haar sociale werk, haar gastvrijheid en haar burgermoed maken haar tot een blijvende inspiratiebron, in het bijzonder als toonbeeld van ethische keuze en persoonlijke opoffering. 

Bronnen

KD_01063 — Research on Ruth Sarphatie: Onderzoekscollectie samengesteld door Sabine Van Oppens, moeder van kinderen verwant aan Ruth Sarphatie. Bevat onder meer krantenartikelen, foto’s en ander documentair materiaal.

Vreemdelingenpolitiedossier Gabriël Sarphatie (ref. 10571134), bewaard in het Rijksarchief van België.

Transportlisten, bewaard in de Dienst Archief Oorlogsslachtoffers, betreffende de deportatie van Gabriël Sarphatie vanuit de Dossinkazerne naar Auschwitz-Birkenau.

 

Publicatieinfo

Laatst aangepast: 14 augustus 2025

Jarno Maertens
Archivaris