Keile Feldmann (15/08/1901, Keulen) kwam met haar kinderen, Mordechai, (26/10/1936, Keulen), Goldina (27/071938, Keulen), Dora (17/11/1932, Keulen) en Bella Ehrenfeld (02/10/1934, Keulen) aan in Antwerpen op 8 januari 1939, zonder haar man. Hoewel ze allen geboren waren in Keulen, bezaten ze allen de Poolse nationaliteit omdat de vader van het gezin Pool was. Ze trokken op de vlucht omwille van de toegenomen jodenvervolgingen in Duitsland. Haar man, Abraham Ehrenfeld (13/09/1902, Radymno, Polen) werd op dat moment vastgehouden in Zbazin (wellicht Zbąszyń, Polen, toen op de grens met Polen). Via Antwerpen vertrokken heel wat passagierschepen naar andere landen en het gezin wilde de vervolgingen in Europa ontvluchten. De Verenigde Staten, Dominicaanse Republiek of het Palestijns mandaatgebied stonden op hun verlanglijstje. Ze bezaten niet over geldige papieren om in België te verblijven, maar toch kregen ze een tijdelijke vergunning.
Pas eind juli 1939 werd Abraham met zijn gezin herenigd. Via een neef van Abraham, kregen ze de mogelijkheid om te emigreren naar de VS, maar wanneer op 1 september 1939 de oorlog uitbrak, vielen deze plannen in duigen en zaten ze vast in België. Vanaf mei 1940 werd het land bezet door de Duitsers die ze zo hebben proberen te ontvluchten.
Tijdens de bezetting probeerde het gezin te overleven. Ze mochten niet werken en daardoor was het afhankelijk van een uitkering en in de zomer van 1942 werd de vader verplicht om in Noord-Frankrijk te gaan werken als dwangarbeider. Hij werkte er voor twee Duitse aannemers, Stutzen Berger en Nick Garçon & Sohne. Abraham werd er ingezet bij verdedigingswerken aan de kust (Atlantikwall).
Tijdens de nacht van 28 op 29 augustus 1942 vond in Antwerpen de tweede grote razzia op joden plaats met samenwerking van de lokale politiekorpsen. Moeder Keile en drie van haar kinderen, Mordechai, Dora en Bella werden tijdens deze actie aangehouden en op 29 augustus 1942 overgebracht naar het verzamelkamp gevestigd in de Mechelse Dossinkazerne. Van daaruit werd het gezin op 1 september 1942 gedeporteerd met Transport VII met bestemming Auschwitz-Birkenau. Gezien het om een moeder met drie jonge kinderen gaat, kunnen we bijna met zekerheid zeggen dat zij vrij kort na hun aankomst werden vermoord in een van de gaskamers te Birkenau (bunkers 1 en 2).
Abraham Ehrenfeld werd bijna 2 maanden later vanuit Noord-Frankrijk overgebracht per trein, samen met honderden andere Joodse dwangarbeiders. Hij werd gedeporteerd met Transport XVII, eveneens met bestemming Auschwitz-Birkenau. We beschikken voor hem niet over meer informatie, maar het is waarschijnlijker dat hij toegelaten werd tot het werkkamp van Auschwitz-Birkenau. Bij de evacuatie van het moordcentrum, hebben de Nazi’s de meeste documenten vernietigd, dus zekerheid hierover hebben we helaas niet. Het enige dat we kunnen stellen is dat hij de deportatie niet heeft overleefd.