Bendel Weisz

Bendel Weisz, een Tsjechoslowaakse slager, migreert in 1928 met zijn echtgenote, Jenta Junger, naar België. Het paar vestigt zich in Brussel, waar in 1933 hun zoon Georges geboren wordt. Zeven jaar later maakt het gezin in de Belgische hoofdstad het begin van de bezetting mee. Omdat Hongaarse Joden aanvankelijk van deportatie gespaard blijven, probeert Bendel Weisz in de zomer van 1942 aan te tonen dat hij en zijn echtgenote de Hongaarse nationaliteit bezitten. De Vreemdelingenpolitie wijst zijn aanvraag tot een nationaliteitsverandering eind augustus 1942 af. Daarop vlucht Bendel Weisz naar Frankrijk. In Pontarlier, een stad vlakbij de Zwitserse grens, wordt hij opgepakt en vervolgens een maand in de gevangenis van Besançon opgesloten. Op 11 november 1942 vertrekt Bendel Weisz (36) vanuit het verzamelkamp Drancy met deportatietransport 45 naar Auschwitz-Birkenau. Onderweg weet hij uit de trein te springen. Bendel Weisz duikt in België onder. Hij, zijn echtgenote en hun zoontje overleven allen de oorlog.

Bronnen

VAN GOETHEM, Herman, en Patricia RAMET, red. Drancy-Auschwitz 1942-1944: Joden uit België, gedeporteerd via Frankrijk = Juifs de Belgique, déportés via la France = Jews from Belgium, deported via France. Brussel: ASP, 2015.

Laatst bijgewerkt op 18/05/2026

Feedback