Berthe Hannaux

Berthe Hannaux werd op 26 mei 1901 geboren in Freistroff, een dorp in Lorraine, het omstreden gebied op de grens tussen Frankrijk en Duitsland. De vader van Berthe, Samuel Hannaux, was ook uit Freistroff. Haar moeder, Clémentine Israel, werd geboren in Koenigsmacker, een plaats niet ver van Freistroff, in het landelijke gebied tussen het Groothertogdom Luxemburg, Saarbrücken en Metz. Op 11 augustus 1924 trouwde Berthe in haar geboortestad met Isidor “Isi” Kahn, een textielhandelaar geboren op 24 oktober 1896 in Mensdorf, een dorp in het Groothertogdom Luxemburg.
Tijdens de jeugd van Berthe kende Alsace-Lorraine bewogen jaren. Het gebied, dat oorspronkelijk Frankrijk toebehoorde tot het in 1871 door het kersverse Duitse Keizerrijk werd geannexeerd, zorgde voor fricties tussen de twee landen, die door de jaren heen probeerden de regio te “franciseren” dan wel te “germaniseren”. Daardoor ontstonden als tegenbeweging zowel Duitse als Franse nationalistische groeperingen. Beide taalgroepen in het multilinguale gebied werden vaak door de overheid van het andere land geviseerd tijdens periodes van gevechten of machtsoverdacht. Na de Eerste Wereldoorlog werd in het Verdrag van Versailles bepaald dat Alsace-Lorraine weer aan Frankrijk werd overgedragen. Het jonge echtpaar Berthe en Isidor beslootnaar Isidors geboorteland Luxemburg te verhuizen. Daar werden twee van hun dochters geboren: Blanche Kahn, geboren op 22 oktober 1928, en Clémentine Kahn, geboren op 8 augustus 1930.

Toen nazi-Duitsland op 10 mei 1940 de Lage Landen aanviel, wordt het Groothertogdom Luxemburg in één dag veroverd. Het land had, net zoals de regio Alsace-Lorraine, een eigen cultuur die een affiniteit deelde met zowel de Franse als de Duitse traditie. De nazi’s wilden het land “germaniseren” en traden hard op tegen elk vertoon van Luxemburgische identiteit. Tegen eind 1940 werd de Duitse wet ter voorbereiding van de annexatie van het land ingevoerd, inclusief de rassenwetten van Nürnberg. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld België, dat ook op 10 mei 1940 door de nazi’s aangevallen werd en zich op 28 mei 1940 overgaf. Berthe en Isidor besloten Luxemburg te ontvluchten. Isidor kwam als eerste naar België, waar hij zich op het Liedtsplein 33 in Schaarbeek vestigde. Isidor werkte voor het Belgische textielbedrijf Vermeulen Frères in Sint-Niklaas, en kon met het krediet dat hij er had opgebouwd zijn familie onderhouden. Berthe, Blanche en Clémentine kwamen op 14 februari 1941 naar België.

De Jodenvervolging kwam in België trager op gang dan in Luxemburg, maar was even onverbiddelijk. In 1942 droeg het hele gezin Hannaux-Kahn de vernederende “Jodenster” en stonden ze ingeschreven in het Jodenregister. Op het inschrijvingsformulier van de Jodenvereniging gaf Berthe in de lente van 1942 als geboorteland Frankrijk op, hoewel Alsace-Lorraine sinds de Duitse invasie weer door Duitsland was geannexeerd. Terugkeren naar Luxemburg of Alsace-Lorraine was geen optie, maar ook andere vluchtwegen waren voor Berthe, Isidor, Blanche en Clémentine gesloten. Vanaf januari 1942 mochten Joden België niet meer verlaten zonder toestemming. In maart 1942 werd de verplichte tewerkstelling voor werkloze Joden mogelijk gemaakt. In de zomer van 1942 werden in het kader van deze verplichte tewerkstelling duizenden Joodse mannen naar Noord-Frankrijk gedeporteerd om er in werkkampen aan de Atlantic Wall te bouwen. Ook de deportaties naar Auschwitz-Birkenau werden in deze periode nog als “tewerkstelling in het Oosten” omschreven. De transporten, die vanaf 4 augustus 1942 vanuit het SS-Sammellager (Dossinkazerne) in Mechelen vertrokken, voerden tegen midden augustus al bijna 3.000 Joden naar Auschwitz-Birkenau. Bijna de helft van hen wordt bij aankomst onmiddellijk vergast, slechts 18 van hen zouden de kampen overleven. Berthe, Isidor, Blanche en Clémentine ontvingen allemaal een Duits Arbeitseinsatzbefehl of tewerkstellingsbevel. Nietsvermoedend meldden ze zich bij de Dossinkazerne en werden op 18 augustus 1942 op Transport IV gezet. Blanche was 13 jaar, Clémentine had slechts tien dagen eerder haar twaalfde verjaardag gevierd. Bij aankomst in Auschwitz-Birkenau op 20 augustus 1942 werd 82,5% van de mensen in het transport naar de gaskamers gestuurd. Hoogstwaarschijnlijk waren ook Berthe, Isidor en hun kinderen hierbij. Transport IV is het enige transport vanuit de Dossinkazerne dat geen overlevenden telde.

Lila Thielemans
Stagiair