Dawid Dwelajcki

Dawid Dwelajcki werd op 16 september 1898 in Lodz geboren als zoon van Isaie Dwelajcki ( geboren in 1864 te Kaunas) en Mathilde Katzenelenbogen (geboren in 1865 te Koersk). Dawid groeide op in Lodz en bleef er tot zijn emigratie naar België. Na de Russische Revolutie ontvluchtte Dawid de Sovjet-Unie en trok hij naar Berlijn, waar hij in de wijk Charlottenburg woonde. Deze buurt in het westen van de stad, die tijdens het interbellum ook wel Charlottengrad genoemd werd, huisvestte in die tijd veel Joodse vluchtelingen uit Oost-Europa. Intellectuelen en kunstenaars die in Rusland, Polen of Oekraïne geconfronteerd werden met pogroms, armoede en censuur, konden in Berlijn vrij werken. Veel Joodse intellectuelen schreven voor de buitenlandse pers en voelden door de lage waarde van de Duitse mark voor het eerst hoe het was om niet in armoede te leven. Er waren ook handelaren en (voormalige) eigenaren van grote bedrijven in West-Berlijn. Sommigen van hen waren onteigend tijdens de nationaliseringen in de Sovjet-Unie en werden als leden van de “bourgeoisie” benadeeld. Maar niet iedereen vond welvaart in Weimar-Duitsland: veel Joden leefden er in armoede, en de meesten zagen Berlijn als een tijdelijke halte op weg naar West-Europa of de Verenigde Staten.

In 1924 trok Dawid verder naar België, waar hij in Sint-Joost-ten-Node ging wonen en aan de École Industrielle de Bruxelles studeerde. Hij was op dat moment 26 jaar oud. Dawid maakte er gebruik van zijn talenkennis en als beëdigd vertaler-tolk in de Brusselse rechtbank werken. Hij abonneerde zich ook op de publicaties van de “Cercle d’études belgo-russe.” In Brussel leerde Dawid Sura Arkusz kennen. Deze Poolse kleermaakster, geboren op 2 april 1896 in Kalisz, emigreerde eind 1928 via Wenen naar België. Het paar trouwde op 27 juli 1929 in Brussel en ging samen op het Anneessensplein 12 in het centrum van de hoofdstad wonen. Na zijn studies werd Dawid boekhouder, terwijl Sura in een bonnetterie-fabriek in Sint-Gillis werkte. Toen in mei 1940 de Tweede Wereldoorlog in België uitbrak, woonden Dawid en Sura in de Prosper Matthysstraat 39 in Vorst. Eind 1940 lieten ze zich in het Jodenregister inschrijven. Ze wisten op dat moment niet dat deze lijst, opgesteld door de Belgische gemeentebesturen, gebruikt zou worden door de nazi’s om Joden op te sporen. Op 12 december 1942 werden Dawid en Sura in de Dossinkazerne geregistreerd. De precieze omstandigheden van hun arrestatie zijn niet bekend, Eind 1942 kon de Duitse Sicherheitspolizei-Sicherheitsdienst alleen nog via georganiseerde klopjachten of verklikkingen Joden vinden. In het verzamelkamp kregen Dawid en Sura in plaats van een identiteitskaart een kartonnen bordje met hun “persoonlijk” nummer in Arabische cijfers en het nummer van hun transport in Romeinse cijfers. Dawid en Sura werden gereduceerd tot nummers 152 en 153 op Transport XIX. Op 15 januari 1943, nadat Dawid en Sura bijna een maand in het verzamelkamp hadden doorgebracht, verliet het transport Mechelen samen met het voorafgaande transport XVIII. Slechts 12 van de 1625 gedeporteerden keerden na de oorlog levend terug.

Bij aankomst in Auschwitz-Birkenau op 18 januari 1943 werden de transporten samengevoegd en raakten Dawid en Sura van elkaar gescheiden. Van Sura ontbreekt sindsdien ieder spoor. Mogelijk werd de 46-jarige vrouw net zoals 70% van de gedeporteerden van transporten XVIII en XIX meteen naar de gaskamers gestuurd. Dawid werd voor de dwangarbeid geselecteerd en in het kamp toegelaten. Hij bezweek niet lang daarna aan het moordende kampregime bezwijkt: minder dan een maand na aankomst in Auschwitz stierf Dawid op 13 februari 1943. Hij was 44 jaar oud.

Lila Thielemans
Stagiair