Op 6 augustus 1922 trouwden Else Sara Jacobsohn en Joseph Israël Moser te Berlijn. Else werd geboren te Berlijn op 12 maart 1901, Joseph op 19 maart 1890 te Gindorf. Het gezin woonde een tijd in Berlijn om vervolgens te verhuizen naar Krefeld en Keulen. Toen het koppel in Krefeld woonde verwelkomden ze twee kinderen. Ingeborg-Sara werd er geboren op 19 april 1924 en haar zus Ellen op 11 mei 1934. In het begin van het jaar 1939 besloot het gezin om de stap naar België te wagen. Het uiteindelijke reisdoel van het gezin was een vertrek naar Engeland in september 1939.

Joseph Israël Moser

Else Sara Jacobsohn
Else kwam in het begin van het jaar 1939 België binnen. Aangezien ze de moeite had genomen om aan een vals Duits paspoort te geraken dat ‘geldig’ was vanaf 25 maart 1939, zou haar aankomst rond deze periode gelegen hebben. Het paspoort en bijhorend reisvisum had ze zogezegd gekregen bij het Belgisch consulaat te Keulen. Echter, na onderling contact tussen het Belgische consulaat te Keulen en de lokale politie van de Oost-Belgische gemeente Lontzen, bleek dat er nooit een visum voor Else afgeleverd was. De Belgische politie oordeelde dat het paspoort en het reisvisum vals was en stuurde Else en haar kinderen op 28 maart 1939 terug met de trein naar Duitsland vanuit Lontzen.
Else moest zich vervolgens melden bij het Belgische consulaat te Aken waar ze een regulier visum zou krijgen. Daar werd echter haar oude paspoort in beslag genomen en werd ze aangehouden voor een ondervraging. Else verklaarde dat ze de valse paspoorten van haar en haar man gekocht had in Keulen-Kalk van een kennis genaamd ‘Schmitz’ en dat ze dus zelf niet op de hoogte was van de ongeldigheid van de paspoorten. Op dezelfde dag dat Else naar Aken gestuurd werd om zich daar te melden, 28 maart 1939, meldde Joseph zich bij de administratiedienst van Lontzen met een vals paspoort. Het verhoor van Else dat bedoeld was om de vervalser te identificeren onthulde dat echtgenoot Joseph Moser in de nacht van 27 op 28 maart de Belgische grens over ging. Joseph vertrok met 8 andere personen in een auto van het ‘Duits Arbeidsfront’ vanuit het Schlosshotel te Aken. De Duitse auto kende geen problemen met de Duitse douaniers. De groep vervolgde hun reis vanaf de grens met een bus richting Brussel-Zuid. Joseph zou dit reisverslag later in een verhoor in juni 1939 te Brussel zelf bevestigen. Na aankomst vond Joseph onderdak bij de familie Strauss in de rue de la Commode nummer 14 te Brussel. De eerste dag na zijn aankomst vertrok Joseph meteen naar Lontzen om zijn echtgenote Else op te zoeken, die helaas al vertrokken was richting Duitsland. Er zijn geen documenten die aantonen dat Joseph uitgewezen werd naar Duitsland. Daarbovenop bevestigt het inschrijvingsbewijs van Joseph in de gemeente Sint-Joost-ten-Node (daterend van 12 april 1939) dat Joseph nog in België verbleef. Op 11 juli kwam Else opnieuw aan in België. Ze kreeg een paspoort op 4 mei 1939 te Keulen dat geldig was voor 1 jaar. Bij aankomst verklaarde ze dat ze zich wou herenigen met haar man Joseph die nog in België was.
Joseph verliet zijn eerste adres in Sint-Joost-ten-Node en verhuisde met zijn vrouw en kinderen naar een tweede adres in Sint-Joost-ten-Node, naar rue du Moulin nummer 67. In september 1939 verhuisde het gezin nogmaals, dit keer naar rue Van Hove 20 te Schaarbeek. Het gezin verwelkomde op dit adres op 23 augustus 1940 een derde kind genaamd Marcel-Leon.

Ingeborg-Sara Moser
Joseph, Else, Ellen en Marcel werden op 12 september 1942 geregistreerd in de Dossinkazerne. Hoe zij in de Dossinkazerne terecht kwamen is niet exact geweten. Het is ook niet geweten wanneer de oudste dochter Ingeborg-Sara zich aanmeldde in de Dossinkazerne en waarom dit niet met de rest van het gezin gebeurde. Het is wel zeker dat Ingeborg-Sara zich veel vroeger aanmeldde aangezien zij op 18-jarige leeftijd al met Transport I vertrok naar Auschwitz-Birkenau. De rest van het gezin vertrok 3 dagen na hun registratie in de kazerne op 15 september 1942 met Transport X naar Auschwitz-Birkenau. Joseph is de enige van het gezin waarvan met zekerheid gezegd kan worden dat hij pas na een maand van dwangarbeid overleed. Else en de 3 kinderen stierven hoogstwaarschijnlijk meteen na aankomst.