Hillel Landau, een Poolse diamantkoopman, woont vanaf 1909 met zijn ouders in België. In 1935 trouwt hij met de eveneens uit Polen afkomstige Milla Grunblatt. Het echtpaar vestigt zich in Antwerpen, waar het in mei 1940 het begin van de bezetting meemaakt. Eind dat jaar registreert Hillel Landau zichzelf en zijn echtgenote in het gemeentelijke Jodenregister. Het echtpaar Landau-Grunblatt vlucht in de lente van 1942 naar Frankrijk. Zij worden bij het illegaal oversteken van de grens tussen bezet en onbezet Frankrijk opgepakt en in Bordeaux geïnterneerd. Op 18 juli 1942 brengt de lokale Sicherheitspolizei-Sicherheitsdienst hen samen met 170 andere Joodse gevangenen naar het verzamelkamp Drancy over. De dag erna worden Hillel Landau (41) en Milla Grunblatt (35) met transport 7 naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Vervolgens verdwijnt elk spoor van hen. Beiden komen onder onbekende omstandigheden om het leven.