Jeanne Schpilka werd geboren op 10 juli 1904 in Balta, in het Russische rijk, als dochter van Charles Schpilka en Clara Berlin. Wellicht verhuisde ze met haar familie op jonge leeftijd naar Parijs. In haar vreemdelingendossier, dat door de Belgische overheid geopend werd bij haar aankomst in ons land, verklaarde Jeanne immers dat ze 18 jaar in Parijs had gewoond. Op 22 december 1924 vestigde Jeanne zich – wellicht in haar eentje – in Schaarbeek. Ze nam haar intrek in de Rue des Camions 25 en werkte als verkoopster. Haar ouders woonden in diezelfde periode in Sint-Stevens-Woluwe, maar over hen is verder geen informatie te vinden.
Op 18 september 1929 trouwde Jeanne in Brussel met Zelik Libeskind, pelzenhandelaar en zoon van David Libeskind en Chaja Sura Szpan. Zelik was sinds april 1924 in België en woonde op het moment van hun huwelijk nog in Hoei. Op 7 juni 1930 werd het eerste kindje van Jeanne en Zelik geboren; een zoontje dat ze David noemden. Op 1 juli 1933 beviel Jeanne in Sint-Stevens-Woluwe van een dochtertje, Clara Dora. Een jaar later, in juli 1934, verhuisde het viertal naar de Malibranstraat 59 in Elsene. Daar bouwde Zelik zijn bonthandel uit. In de winter reisde hij regelmatig naar de Ardennen om er onbewerkte pelzen in te kopen. Jammer genoeg werd zijn handel getroffen door de economische crisis en diefstallen. In maart 1939 vestigden Jeanne, Zelik, David en Clara zich definitief in de Van Aastraat 59 in Elsene.
Op 10 mei 1940 viel nazi-Duitsland België binnen. Het militair bestuur dat geïnstalleerd werd na de capitulatie, vaardigde een reeks anti-Joodse verordeningen uit. Vanaf 28 oktober 1940 moesten alle Joodse inwoners ouder dan vijftien jaar zich registreren in het gemeentelijke Jodenregister. Jeanne en Zelik gaven op 20 december 1940 gehoor aan dat bevel, en lieten zich inschrijven in Elsene. In de zomer van 1941 werden hun identiteitskaarten in het rood bestempeld met de woorden “Jood-Juif”. In het voorjaar van 1942 volgde een tweede verplichte registratie, ditmaal bij de Jodenvereniging in België. Zelik registreerde het hele gezin in de loop van de lente bij de lokale afdeling van de JVB. In de zomer van 1942 nam het anti-Joodse beleid een drastische wending; het bestuur voerde de Davidster in voor Joden ouder dan zes jaar, verstuurde tewerkstellingsbevelen, en organiseerde razzia’s in Antwerpen en Brussel. Het gezin Libeskind-Schpilka wist te ontkomen aan die arrestatiegolven. Elsene viel buiten het gebied van de enige razzia in Brussel, en mogelijk doken Jeanne, Zelik en hun kinderen onder.
Jeanne werd in de zomer van 1943 aangehouden onder onbekende omstandigheden. Op 27 juli werd zij in de Dossinkazerne ingeschreven op de deportatielijst van transport XXIIA, onder het nummer 2. Bij de inschrijving en fouillering werden al haar persoonlijke bezittingen afgenomen, zo ook haar identiteitskaart. Ongeveer 2 maanden later, op 20 september 1943, vertrokken transport XXIIA en XXIIB uit Mechelen, met aan boord 1425 mensen. Twee dagen later hield de trein halt in Auschwitz-Birkenau. 875 gedeporteerden werden meteen naar de gaskamers gebracht, onder wie 75% van de vrouwen. Wat er precies met Jeanne gebeurde, is niet bekend. Ze overleefde de deportatie niet.
Zelik bleef alleen achter met hun kinderen David en Clara. Zij ontkwamen aan arrestatie en overleefden allen de oorlog. Zelik verhuisde na de oorlog naar de Goffartstraat 71 in Elsene en zette zijn werk als handelaar verder. Hij overleed plots op 15 oktober 1946 in Elsene. Zoon David en dochter Clara groeiden verder op zonder ouders.