Kasiel Kranz, een Poolse diamantbewerker, migreert eind 1919 naar België en klimt op tot diamanthandelaar. In 1934 trouwt hij met Frida Stelzer. Hun beide kinderen, Oscar en Rachel Kranz, worden in Antwerpen geboren. Het gezin maakt in deze stad ook het begin van de bezetting mee. In augustus 1942 vluchten zij naar Frankrijk. Terwijl Frida Stelzer en haar kinderen het neutrale Zwitserland bereiken, wordt Kasiel Kranz opgepakt in het dorpje Moulins, pal op de demarcatiegrens tussen bezet en onbezet Frankrijk, en in Pithiviers geïnterneerd. Na een omweg via Beaune-la-Rolande wordt hij op 28 september 1942 met transport 38 vanuit Drancy naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Als werkbekwame man moet Kasiel Kranz (42) in Cosel uit de trein stappen en verricht hij vervolgens dwangarbeid in het Kommando (bijkamp) Blechhammer, waar na een hervorming van de Auschwitz-kampadministratie in april 1944 het nummer 177681 op zijn arm getatoeëerd wordt. Begin 1945 wordt Kasiel Kranz via Buchenwald geëvacueerd. Hierna verdwijnt elk spoor van hem. Hij komt onder onbekende omstandigheden om.
VAN GOETHEM, Herman, en Patricia RAMET, red. Drancy-Auschwitz 1942-1944: Joden uit België, gedeporteerd via Frankrijk = Juifs de Belgique, déportés via la France = Jews from Belgium, deported via France. Brussel: ASP, 2015.