Malvine Löwenwirth

“Ik weet: mijn verhaal is niet uniek. Zovelen hebben dezelfde strijd, dezelfde angsten, hetzelfde lijden ervaren. En helaas is mijn verhaal nog steeds universeel en herkenbaar. Daarom vertel ik mijn verhaal opdat de mens zou leren uit de fouten die anderen hebben gemaakt.”

(Malvine Löwenwirth, 30 augustus 2008)

Malvine Löwenwirth wordt geboren op 3 september 1922, als oudste dochter van Philippe Löwenwirth en Cécilia Nagort. In 1924 krijgt ze een zusje, Hermine, en twee jaar later wordt de tweeling, Adolf en Irène, geboren. Het gezin leeft in Tsjechoslowakije op de rand van de armoedegrens. Philippe is kleermaker, maar verdient niet genoeg om te overleven. In de hoop op een betere toekomst verhuizen ze in 1929 naar België. Een jaar later wordt de jongste dochter Esther geboren.

Het leven in België is een totale verandering. Alles is anders: het klimaat, de taal, de mensen. In België begint Philippe opnieuw een kleermakerszaak. Beide ouders leren Nederlands en zijn na een tijdje perfect geïntegreerd. Malvine en de andere kinderen gaan naar school in Antwerpen. Daar leert Malvine Ida kennen. Ze worden beste vriendinnen en blijven dat de rest van hun leven. Kopel, Ida’s drie jaar oudere broer, helpt Malvine met wiskunde. Hij spreekt vloeiend Pools, Frans en Nederlands en studeert Grieks en Latijn. Zijn intelligentie maakt indruk op Malvine en al snel worden ze verliefd.

Op 10 mei 1940, wanneer Malvine 18 jaar is, valt het Duitse leger België binnen. Het gezin vlucht naar Noord-Frankrijk. Maar als de Duitse troepen ook daar al blijken te zijn, keren ze terug naar België. Onder het Duitse militaire bestuur volgen de anti-Joodse wetten elkaar in hoog tempo op. Joden worden openlijk gediscrimineerd: niet meer naar de bioscoop, niet meer naar het stadspark, de avondklok, de gele ster… Door het verbod om naar een niet-Joodse school te gaan, moeten Malvine en Kopel hun toekomstplannen opbergen. Kopel wilde dokter worden, maar heeft zijn droom nooit kunnen waarmaken. Op 27 juni 1942, wanneer Malvine bijna 20 jaar is, trouwen ze. Het is midden in de oorlog. De sfeer is bedrukt en mistroostig. De meeste gasten op het feest zal Malvine nooit meer terugzien.

Want een maand later krijgen velen een Arbeitseinsatzbefehl in de bus. Hermine (17 jaar), Irène en Adolf (15 jaar) gehoorzamen deze oproep om zogenaamd te gaan werken. Ze nemen op het perron van Antwerpen-Centraal afscheid van hun familie en stappen op de trein naar Mechelen. Daar melden ze zich aan in de Dossinkazerne, het verzamelkamp voor Joden, Roma en Sinti. Op 15 augustus 1942 vertrekken de drie jongeren met Transport III naar Auschwitz-Birkenau. Alle drie komen ze om. Een paar weken later volgt er een oproep voor Philippe, Malvines vader. Hij wordt echt tewerkgesteld, aan de Atlantikwall. Uiteindelijk wordt ook hij op 31 oktober 1942 naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Philippe zit op Transport XVII. In Auschwitz krijgt hij een baantje als kleermaker van Duitse uniformen. Toch sterft hij vlak voor de bevrijding van honger en uitputting.

Ook Malvine en Kopel krijgen in juli 1942 een tewerkstellingsbevel. Ze negeren het bevel en duiken onder met valse identiteitskaarten. Malvine heet nu ‘Mathilde Lambrichts’ en Kopel ‘Pierre-Paul Andriessens’. Uit angst voor verklikking verhuizen ze regelmatig tussen Antwerpen, Brussel, Leuven, … Wanneer Kopel in januari 1943 een afspraak heeft met iemand die hen eten bezorgt, wordt hij verraden. Zo komt ook hij in de Dossinkazerne terecht. Met enkele andere gevangenen van Transport XVIII slaagt hij erin de tralies van de treinwagon te forceren en uit de trein te springen.

Na de bevrijding wordt Malvine herenigd met haar moeder en haar jongste zus Esther, die naar Zwitserland waren gevlucht. Samen wachten ze op de terugkeer van de rest van het gezin. Wanneer de realiteit tot haar doordringt, kan Malvines mama niet meer in België blijven. Ze verhuist naar de Verenigde Staten en Esther vindt in Israël een nieuwe thuis. Kopel en Malvine starten in Brussel een winkeltje waar ze speelgoed en pluche diertjes maken. In 1946 wordt hun dochter Judith geboren. Hun zoon Daniel is van 1957. Ze krijgen ook kleinkinderen en achterkleinkinderen. Kopel sterft in 2004 op 85-jarige leeftijd. Malvine wordt 98 jaar, zij overlijdt in 2021.

Laatst bijgewerkt op 23/03/2026

Feedback