Moïse Kagan, een Russische student, wordt omwille van politiek activisme in zijn geboorteland naar Siberië verbannen. Na het uitzitten van zijn straf immigreert hij naar België om zijn studie ingenieurswetenschappen verder te zetten aan de universiteit van Luik. Moïse Kagans echtgenote, Sonia Levine, reist hem in 1912 achterna. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vluchten Moïse Kagan en zijn vrouw naar Litouwen, waar Sonia Levine in 1916 bevalt van een dochtertje : Lydie. In 1923 keert het gezin naar Luik terug. Moïse Kagan verdient zijn brood als ingenieur in een zinkfabriek, terwijl zijn dochter Lydie studeert om apothekeres te worden.
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vlucht het gezin Kagan naar Frankrijk. Zij vestigen zich in Blajan, maar worden opgepakt en in het interneringskamp Noé opgesloten. Op 4 september 1942 wordt het gezin vanuit het verzamelkamp Drancy met transport 28 naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Hierna verdwijnt van Moïse Kagan (53) en Sonia Levine (50) elk spoor. Lydie Kagan (26) zou in juni 1944 nog gesignaleerd zijn in Birkenau. Daarna verdwijnt ook zij spoorloos. Geen enkel lid van het gezin heeft de deportatie overleefd.
