Mordka Abramczyk

Mordka Abramczyk, een Poolse student, immigreert in 1932 naar Luik waar hij zich aansluit bij Prokor, een cultuur- en sportvereniging voor Joodse communisten. Op 19 januari 1937 verlaat Mordka Abramczyk België, zogezegd om zijn zieke vader in Polen te bezoeken. In werkelijkheid reist hij naar Spanje, waar hij zich in Barcelona aansluit bij de Internationale Brigades en aan de zijde van de Republikeinen tegen generaal Franco vecht. In oktober 1938 wordt Mordka Abramczyk gedemobiliseerd en net als andere Spanjestrijders uit het buitenland in het Zuid-Franse kamp Saint-Cyprien geïnterneerd. Van hieruit mag hij in november 1938 naar België terugkeren. 

Eind januari 1939 trouwt Mordka Abramczyk in Luik met de Poolse apothekeres Kajla Frenkiel. Wanneer de oorlog uitbreekt, vlucht het paar naar Frankrijk. Op 18 augustus 1942 worden Mordka Abramczyk en Kajla Frenkiel  in de buurt van Toulouse opgepakt en in Fort Barraux geïnterneerd. Via Lyon belanden ze in Drancy van waaruit ze op 2 september 1942 met transport 27 naar Auschwitz-Birkenau worden gedeporteerd. Mordka Abramczyk (30) wordt als werkbekwame man in Cosel uit de trein gehaald, terwijl Kajla Frenkiel (35) verder wordt meegevoerd. Zij overleeft de deportatie niet. Mordka Abramczyk wordt achtereenvolgens in de kampen Ottmuth, Blechhammer, Gross-Rosen en Buchenwald geïnterneerd. In mei 1945 wordt hij in Halberstadt bevrijd. 

Publicatieinfo

VAN GOETHEM, Herman, en Patricia RAMET, red. Drancy-Auschwitz 1942-1944: Joden uit België, gedeporteerd via Frankrijk = Juifs de Belgique, déportés via la France = Jews from Belgium, deported via France. Brussel: ASP, 2015.

Laatst bijgewerkt op 23/12/2025

Feedback