Naftali Laufer

Naftali Laufer, alias Norbert, werd op 12 januari 1870 geboren in de Hongaarse stad Tarnów. De stad kende een bloeiende Joodse gemeenschap met een sterke traditie van handel en ambacht. Zo groeide Naftali op in een omgeving die ondernemingszin en commerciële vaardigheid hoog waardeerde. In juni 1889 trouwde Naftali met Anna Weindling. Kort na hun huwelijk emigreerde het koppel naar België. Ze kregen samen twee zonen: Leon (1900) en Marcel (1907).

Naftali kwam in de wereld van de chocolade terecht dankzij de familie van zijn vrouw. Samen met haar vader en broers richtte Naftali Laufer in Antwerpen een bedrijf op. Vanaf 1903 stonden Naftali en Anna samen aan het hoofd van het familiebedrijf. De Eerste Wereldoorlog bracht voor Naftali Laufer extra uitdagingen, zeker als immigrant en Jood in Antwerpen. Dankzij zijn succesvolle bedrijf wist hij zijn verblijfsvergunning te behouden. Door de aanhoudende oorlog werd het steeds moeilijker om chocolade te blijven produceren. De suikervoorraad was beperkt en werd streng verdeeld. De fabriek moest zelfs tijdelijk de deuren sluiten. Na de oorlog kwam de productie weer op gang.

Al die tijd had Naftali geen Belgische nationaliteit. Ondanks dat hij aan alle voorwaarden voldeed, duurde het tot 1930 voordat hij uiteindelijk als Belg werd erkend. In de jaren 1930 groeide het bedrijf enorm en genoot de familie Laufer een goede reputatie als ondernemersfamilie. Dat leidde in 1939 tot een samenwerking met een andere ondernemersfamilie, de familie Swolfs. Deze fusie was bedoeld als het startpunt van een ambitieuze toekomst in een bloeiend België. Maar het geluk keerde abrupt toen in mei 1940 Nazi-Duitsland binnenviel.

De familie Laufer werd ingeschreven in het Antwerpse Jodenregister en moest zich aansluiten bij de Vereniging van Joden in België. In juni 1941 moesten Naftali en zijn zoon Leon ontslag nemen uit het bedrijf en werden hun aandelen doorgegeven aan Clément Swolfs. Een Duitse verordening eiste immers dat Joodse bedrijven in bezet België bewezen dat ze vrij waren van Joods kapitaal en dat Joden geen leidinggevende functies uitvoerden. Naftali en Leon bleven respectievelijk als kantoormedewerker en adviseur betrokken bij het bedrijf.

Op 4 september 1943 vond in Antwerpen een grote razzia plaats. Tijdens deze razzia werden Joden met een Belgische nationaliteit geviseerd. Naftali, zijn vrouw Anna, hun zoon Marcel en hun zoon Leon en zijn vrouw en kinderen werden opgepakt en naar de Dossinkazerne gebracht. Er waren echter zoveel mensen opgepakt tijdens de razzia dat het verzamelkamp overbelast was. Daarom werden Joden die ouder waren dan 60 jaar naar speciale tehuizen gebracht. Naftali en Anna werden naar een bejaardentehuis in Anderlecht gebracht. Daar bleven ze meer dan een jaar. Naftali en Anna overleefden de oorlog. Marcel en Leon en diens gezin waren wel gedeporteerd en werden in Auschwitz vermoord.

Na de oorlog startte Naftali een zaak bij de Rechtbank van Koophandel om zijn aandelen terug te vorderen. De rechtbank oordeelde dat de verkoopovereenkomst ongeldig was, omdat de verkoop onder dwang had plaatsgevonden. Na de oorlog bleef Laufer en Swolfs nog actief, maar het bedrijf was voorgoed verzwakt. In 1967 werd het bedrijf failliet verklaard.

Laatst bijgewerkt op 30/01/2026

Feedback