Rosa Marinower

Transport IV is het eerste waarvoor men razzia’s gebruikt. Op amper twee dagen tijd arresteert de Sipo-SD, geholpen door de Antwerpse politie, maar liefst 845 Joden in de nacht van 15 op 16 augustus. Van hen worden 704 op transport IV gezet.
Rosa Marinower, Antwerpen, 1938 Bron: KD/Fonds Marinower

Enkel al in de Leeuwerikstraat pakt men 130 Joden op. In de Kroonstraat pakt men 71 mensen op, onder wie negentien kinderen jonger dan vijftien jaar. Renée (5 jaar) en Nathan Wolf (3 jaar) worden tijdens deze actie opgepakt met hun moeder, Rosa Marinower (27 jaar) ter hoogte van Kroonstraat 189.

Ze komen op 16 augustus 1942 terecht in het verzamelkamp voor Joden en blijven daar slechts twee dagen. Ze verlaten de Dossinkazerne op 18 augustus in een derdeklasse wagon. Op 20 augustus stappen ze af in de Judenrampe, gelegen tussen Auschwitz en Birkenau. Het is daar dat de SS de voorselectie maakt van wie rechtstreeks naar de gaskamers worden gebracht en wie in Auschwitz, Birkenau of een van de zusterkampen dwangarbeid zal verrichten.

Het vernietigingspercentage van dit transport bedraagt bijna 83 procent, een van de hoogste van alle transporten uit België. De SS’ers geven een moeder met twee kleine kinderen geen enkele overlevingskans. Alle drie verdwijnen ze voorgoed zonder een spoor na te laten.
In het konvooi zitten 245 kinderen onder 15 jaar, de helft van hen is zelfs jonger dan 10 jaar. Ook enkele baby’s werden op het transport gezet. Dit is de kern van de genocide: men doodt niet ook kinderen, men doodt vooral kinderen, samen met hun moeders.

Hun vader, Isak Wolf, diamantkliever, verricht vanaf juni 1942 dwangarbeid in Noord-Frankrijk. Hij ontsnapt in oktober maar wordt op 1 juni 1943 aangehouden in Brussel en opgesloten in de gevangenis van Sint-Gillis. Hij wordt tenslotte op 22 februari 1944 overgebracht naar de Dossinkazerne en gedeporteerd met transport 24. Hij keert op 8 mei 1945 naar België terug, naar niets, zijn familie werd uitgeroeid.