Szejwe Sawicka werd geboren in Wielén/Wieluń (Polen) op 5 september 1897, als dochter van Maurice Sawicki en en Nacha Lajzerowicz. Ze trouwde in een religieuze ceremonie met Wolf Wengrowicz,geboren in Warschau op 19 mei 1901. Ze verhuisden in de jaren twintig naar de Franse stad Valenciennes, waar hun dochter Rachel werd geboren op 23 april 1923. Volgens officiële documenten had het koppel nog twee kinderen in Frankrijk, die geplaatst werden in Lille. Meer is er over hen niet geweten. In het voorjaar van 1928 vertrok Wolf onaangekondigd naar België, Szejwe reisde hem achterna met hun dochtertje Rachel. Moeder en dochter vestigden zich in de Transvaalstraat 21 in Anderlecht, waar Szejwe werkte als kleermaakster. Wolf woonde in de Transvaalstraat 29 en was hoedenmaker. Daarna werkte hij op verschillende plekken als ober. Op 25 april 1936 beviel Szejwe in Etterbeek van een tweeling, Léon en Isaac. De twee broertjes bleven in Etterbeek, wellicht om gezondheidsredenen. Szejwe, Wolf en Rachel verhuisden daarop naar de Kommenstraat 11 in Anderlecht. Wolf werd in november 1937 betrapt toen hij probeerde om familie uit Duitsland naar Frankrijk te smokkelen, waardoor hij in april 1938 een uitwijzingsbevel kreeg. Na een vluchtpoging werd hij gevat en het land uitgezet. In april 1939 probeerde hij België weer te betreden, waarna hij werd opgesloten.
Op 10 mei 1940 viel nazi-Duitsland België binnen. Wolf zat op dat moment in de gevangenis van Merksplas. De gevangenen werden na de inval overgebracht naar Frankrijk, en Wolf kon in september 1940 terugkeren naar België. Hij ging terug aan het werk als ober in een Joods restaurant en voorzag zo in het onderhoud van zijn gezin. Szejwe had intussen meerdere operaties ondergaan. Vanaf 28 oktober 1940 verplichtte het bezettingsbestuur Joden ouder dan 15 jaar om zich te registreren. Wolf registreerde zichzelf en Szejwe op 18 december 1940. Rachel was intussen kleermaakster geworden en werkte bij Joodse bontwerkers die vesten voor de Wehrmacht maakten. In 1942 voerde het militair bestuur registratie bij de Jodenvereniging en het dragen van de Davidster in. In de zomer van dat jaar werden tewerkstellingsbevelen verstuurd en razzia’s georganiseerd. Vader Wolf werd in juli verplicht tewerkgesteld door Organisation Todt, een organisatie die dwangarbeiders uitbuitte voor de aanleg van fortificaties in Noord-Frankrijk. Hij kwam terecht in een werkkamp in Ferques waar hij door de onderaannemers Julius Berger en Erbes Bau verplicht werd tewerkgesteld.
Rachel Wengrowicz meldde zich eind juli 1942 in de Dossinkazerne met haar arbeidsbevel, AB 1154. Ze werd ingeschreven op de lijst van Transport I onder het nummer 609. Op 4 augustus 1942 vertrok het transport uit de kazerne richting Auschwitz-Birkenau.. Bij aankomst werden 744 van hen verplicht tewerkgesteld in het werkkamp. Rachel overleefde het niet. Waar, wanneer en hoe ze omkwam, is niet duidelijk. Van haar is er geen tatoeagenummer of overlijdensakte uit Auschwitz bekend.
Op 3 september 1942 deed Szejwe beroep op de Jodenvereniging in België om zich te informeren over de tewerkstelling van Wolf. Zonder Rachel en zonder het kleine loon dat haar man zou krijgen voor zijn dwangarbeid, kon Szejwe amper overleven. Ze werd onder onbekende omstandigheden opgepakt en op 19 september 1942 ingeschreven op de lijst van Transport XI onder het nummer 1227.Het konvooi vertrok op 26 september 1942 uit Mechelen. 1398 gedeporteerden werden bij aankomst in Auschwitz-Birkenau meteen vergast, onder wie 94% van de vrouwen. Wat er met Szejwe gebeurde, is niet bekend. Ze overleefde de deportatie niet. Mogelijk werd ze meteen vergast, omwille van haar zwakke gezondheid.
Van de dwangarbeiders die in Noord-Frankrijk door Organisation Todt werden tewerkgesteld, werden er 1315 op de transportlijsten van Transport XVI en XVII ingeschreven. Wolf vertrok op 31 oktober 1942 met Transport XVI vanuit Frankrijk, maar ontsnapte onderweg. Hij werd gevat en ingeschreven op een speciale lijst van Transport XXII A. Hij en een twintigtal anderen die eerder al ontsnapten, werden in een aparte wagon vervoerd. De Transporten XXII A en XXII B vertrokken op 20 september 1943 uit de Dossinkazerne en kwamen op 22 september 1943 aan in Auschwitz-Birkenau. 875 van de 1374 gedeporteerden werden meteen vergast, de anderen werden tewerkgesteld. De precieze omstandigheden van Wolfs dood zijn onbekend.
Wolf en Szejwes zoontjes Léon en Isaac overleefden de oorlog, ondergebracht in het weeshuis van Wezembeek-Oppem. De jongens werden gered door het Nationaal werk voor Kinderwelzijn onder leiding van Yvonne Nèvejean. In 1948 emigreerden ze naar Canada, waar ze werden geadopteerd. Isaac overleed op 4 september 2017 in Edmonton, Léon op 8 juni 2018 in Calgary.