Tobias Schiff migreert in 1928 met zijn moeder, Rywa Templer, en zijn oudere zus Lunia van Polen naar België. Tobias’ vader, Mozes, werkt dan al enkele jaren als diamantsorteerder in Antwerpen. Het gezin Schiff maakt er in 1940 het begin van de oorlog mee. Lunia Schiff wordt in juli 1942 als Joodse gearresteerd en via de Dossinkazerne gedeporteerd. Tobias en zijn ouders slaan op de vlucht en proberen op 13 augustus 1942 de grens tussen bezet en onbezet Frankrijk over te steken. Zij worden door Duitse Feldgendarmen aangehouden en achtereenvolgens in Bourges, Pithiviers en Drancy geïnterneerd. Op 28 augustus 1942 wordt het gezin met transport 25 gedeporteerd. Tobias Schiff en zijn vader stappen uit in Cosel. Zijn moeder wordt verder meegevoerd naar Auschwitz-Birkenau. Rywa Templer (39) overleeft de deportatie niet.
Tobias en Mozes Schiff blijven samen. Anderhalf jaar lang verrichten zij dwangarbeid in kampen zoals Sakrau, Spitkowice en Trzebinia. Op 18 januari 1944 wordt Mozes Schiff (45) in Auschwitz-Birkenau te zwak bevonden om nog te werken. Drie dagen en vier nachten lang zit hij opgesloten in barak 6. Tobias Schiff bezoekt zijn vader elke dag en brengt eten mee, totdat Mozes Schiff op 21 januari 1944 wordt weggevoerd naar de gaskamers. Tobias Schiff moet alleen verder en overleeft diverse kampen zoals Buna-Monowitz, Dora en Gleiwitz. Op 15 april 1945 wordt hij in Bergen-Belsen door het Britse leger bevrijd. Tobias Schiff (20) keert twee weken later naar België terug, trouwt twee maal en krijgt vier kinderen. Hij overlijdt in 1999.
VAN GOETHEM, Herman, en Patricia RAMET, red. Drancy-Auschwitz 1942-1944: Joden uit België, gedeporteerd via Frankrijk = Juifs de Belgique, déportés via la France = Jews from Belgium, deported via France. Brussel: ASP, 2015.