Willi werd op 19 juli 1925 geboren als tweede zoon van Godel Storosum en Natla Kriegstein. Zijn ouders, beiden afkomstig uit Polen, verhuisden voor Willi’s geboorte naar Keulen. Daar groeide Willi op, samen met zijn oudere broer Heinz (Chaim) en zijn jongere zus Martha. In 1938 veranderde het leven van het gezin drastisch toen ze statenloos werden verklaard. Godel en Natla verloren hun werk en verblijfsvergunning en hun bankrekeningen werden bevroren.
Toen ze in juli 1939 Duitsland moesten ontvluchten, werden Willi, Heinz en Martha via een Kindertransport naar Brussel gebracht. Hun ouders en grootmoeder vluchtten vlak daarna ook naar België.
Willi vestigde zich met zijn ouders en grootmoeder in Anderlecht, maar Chaim en Martha verbleven vermoedelijk in een opvanghuis. Na de inval van het Duitse leger in België op 10 mei 1940 raakte het gezin definitief gescheiden. Het opvanghuis waar Chaim en Martha verbleven, werd naar Frankrijk geëvacueerd. Willi, die in Brussel als leerling-bontwerker aan de slag was, bleef achter bij zijn ouders en grootmoeder.
In de zomer van 1942 ontving de zeventienjarige Willi een tewerkstellingsbevel (Arbeitseinsatzbefehl). Hij gaf hier gehoor aan en meldde zich in de Dossinkazerne. Op 4 augustus 1942 werd hij met het allereerste transport gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Bij aankomst werd Willi geselecteerd voor de dwangarbeid. Minder dan twee maanden later, op 1 oktober 1942, bezweek Willi in het kamp.
Godel en Natla, de ouders van Willi, werden later ook gedeporteerd, zijn moeder met Transport XI en zijn vader met Transport XVII. Ze kwamen beiden om het leven. Chaim en Martha overleefden als enige gezinsleden de oorlog.