Charles Trybits werd op 25 juni 1890 geboren in Groenlo, Nederland. Hij verloor zijn Nederlands staatsburgerschap tijdens de Eerste Wereldoorlog nadat hij als genaturaliseerd Amerikaan mee vocht. Hij trouwde op 4 maart 1926 met Johanna Gans in Aalten, waar zij op 24 februari 1900 was geboren. Charles en Johanna kregen drie kinderen: Leo Jacob, geboren in Zutphen op 8 juni 1927, Jacques, geboren in Hilversum op 1 juni 1928 en Henry Isidoor, geboren in Hilversum op 7 oktober 1929. In Hilversum woonden zij in de Jonkerweg 3, en verdiende Charles zijn brood als handelsreiziger.
Eind 1929 liepen er enkele aanklachten tegen Charles, waarop hij en zijn gezin in december naar België vertrokken. Na hun aankomst op 3 januari 1930 meldden zij zich op 15 januari op het politiecommissariaat van Antwerpen. Tijdens die eerste weken woonde de familie in de Offerandestraat 78. Vader Charles was werkzaam als voorman-vellensorteerder bij de huidenvetter N.V. Kaufmann in de Bredastraat 125, terwijl Johanna voor het huishouden zorgde. Charles werd echter bedreigd met uitzetting indien hij geen bewijs kon voorleggen dat hij door het Nederlandse gerecht vrijgesproken of buiten vervolging gesteld was. Daarvoor kreeg hij meerdere keren uitstel, en in de tussentijd schreef zijn nieuwe werkgever N.V. Kaufmann een aanbevelingsbrief aan het Vreemdelingenbureel: “Er bestaat volgens ons niet de minste reden om hem zijn verblijf in België te ontzeggen.” In de loop van de zomer en herfst kon Charles enkele bewijzen presenteren en lieten de aanklagers hun klachten vallen. Hij kreeg daardoor een visum voor een verblijf van onbepaalde duur, en vestigde zich in 1931met zijn gezin in de Rupelstraat 25 in Merksem. De jongste zoon van het gezin, Henry Isidoor, wordt vanaf dat moment in geen enkele bron vermeld. Het is mogelijk dat de jongen op jonge leeftijd overleed, maar dat is niet met zekerheid te zeggen. In augustus 1937 verhuisde de familie van de Zusters van O.-L.-Vrouwstraat 18 in Merksem naar de Gitschotellei 190 in Borgerhout. Eind 1939, begin 1940 vestigden ze zich definitief in de Bacchuslaan 11 in Berchem.
Op 10 mei 1940 viel nazi-Duitsland België binnen, na de capitulatie van België kwam het land onder een Duits militair bestuur te staan. Onder dat bewind kwamen er heel wat anti-Joodse maatregelen. Vanaf oktober 1940 was het voor Joden ouder dan 15 jaar verplicht zich te registreren in het gemeentelijke Jodenregister, wat Charles en Johanna op 19 december 1940 deden. In de zomer van 1941 werden identiteitskaarten van Joden in rode inkt bestempeld met de woorden “Jood-Juif”. In het voorjaar van 1942 werden ze ook verplicht zich te registreren bij de Jodenvereniging in België. Charles en Johanna schreven hun gezin op 10 april in bij de JVB. Op 13 april werd Johanna opgepakt in Budel, in Nederland, terwijl ze op weg was naar het huwelijk van een nicht. Ze werd op 22 april door de Feldkommandantur van Hasselt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 weken. Een paar weken later, op 13 mei werd ze overgeplaatst naar de gevangenis van Antwerpen.
Vanaf juni 1942 was het ook verplicht een gele Davidster te dragen. Zoon Leo registreerde zich intussen in het Jodenregister van Berchem op 11 juni 1942, drie dagen na zijn 15e verjaardag. OmdatJohanna langer werd vastgehouden, stuurde Charles op 15 juli een brief naar de JVB met de vraag om informatie te verkrijgen van de Antwerpse Feldgendarmerie. Een Duitse officier vertelde Charles dat Johanna tot 3,5 maanden gevangenis was veroordeeld, en daarna ter beschikking van de Sicherheitspolizei zou staan.
Johanna zou niet meer naar huis terugkeren. In augustus 1942 werd ze rechtstreeks van de gevangenis in Antwerpen naar de Dossinkazerne werd overgebracht, waar ze op 8 augustus werd ingeschreven op de deportatielijst van transport III, met het nummer 72. Twee dagen later meldden Charles, Leo en Jacques zich in de Dossinkazerne met een Arbeitseinsatzbefehl, onder de nummers 005350, 005349 en 005348. Ze werden op dezelfde transportlijst ingeschreven met de nummers 171, 172 en 173, gescheiden van Johanna. Leo en Jacques beoefenden volgens het Jodenregister geen beroep, maar op de transportlijst werden ze respectievelijk ingeschreven als tekenaar en kappersleerling. Op 15 augustus vertrok transport III met 1000 gedeporteerden naar Auschwitz. Twee dagen later staptende gedeporteerden uit op het perron tussen Auschwitz en Birkenau, waar ze geselecteerd werden voor dwangarbeid of onmiddellijke vergassing. 638 van de 1000 gedeporteerden werden meteen vergast, de rest werd verplicht tewerkgesteld. Slechts 5 van de 362 dwangarbeiders waren nog in leven op 8 mei 1945. Het volledige gezin Trybits-Gans werd vermoord. Charles was 52 jaar op het moment van zijn deportatie, Johanna 42 jaar, Leo 15 jaar en Jacques 14 jaar. Hun overlijdens werden pas in 1955 in Berchem opgetekend, zonder enige informatie over hun lot na de deportatie.