David Hamburg werd op 26/07/1889 geboren te Warschau, destijds deel van het Russische rijk. Op 1 september 1907 kwam hij aan in Antwerpen, waar hij zich als diamantkliever wilde vestigen. De diamantsector was toen fors aan het uitbreiden en heel wat Poolse Joden kwamen zich net als David vestigen in de havenstad. Op 7 juni 1910 trouwt David met Chaja Gitel Namenwirth, 05/02/1886, Wisnicz, net als Warschau tegenwoordig deel van Polen maar toen lag het in Oostenrijks-Hongarije. Een jaar na hun huwelijk kreeg het echtpaar een dochter, Anna Sarah.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog vlucht het gezin naar Nederland, waar het in Amsterdam verblijft en daarna naar Duisburg. In 1920 keren ze terug naar Belgiƫ om een jaar later Antwerpen in te ruilen voor Oostende. Daar zal hij voortaan marktkramer zijn in plaats van diamantkliever. Documenten uit 1920 vermelden dat Chaja Gitel al in een gesticht verblijft en tussen 1925 en 1928 moet zij zijn overleden. De exacte datum waarop ze overlijdt is niet bekend. Ook de gezondheid van David zelf moet niet zo sterk zijn geweest, van november 1940 tot midden maart 1941 verblijft hij in het Erasmusgasthuis te Borgerhout. Na zijn ontslag uit het ziekenhuis, vestigt hij zich opnieuw in Antwerpen.
David Hamburg wordt op 27/10/1942 overgebracht naar de Dossinkazerne te Mechelen. Enkele dagen later, op 31/10/1942 wordt hij er gedeporteerd met transport XVI. Hij overleeft zijn deportatie niet. Zijn dochter, Anna Sarah wordt samen met haar echtgenoot ook gedeporteerd. Een maand voor David werden ze gearresteerd tijdens de vierde en laatste grote razzia te Anwerpen en gedeporteerd met Transport XI. Ook zij overleefden hun deportatie niet.