Estera Brod werd op 4 mei 1870 geboren in Grodzisk (Polen) als dochter van Bernhard Brod en Toba Rosenblut. In 1893 huwde ze met diamantkoopman Leiser Schnall (geboren op 8 september 1866 in Zaleszany). Estera en Leiser kregen twee kinderen: een zoon David Schnall, geboren op 14 januari 1904, en een dochter Golda Chaja Schnall, geboren op 12 maart 1911. In 1923 verhuisde de familie na een verblijf in Berlijn naar België. Estera’s zoon David kwam in oktober 1923 als eerste in het land aan. In december 1923 kwamen ook Estera met haar man en dochter in België aan. Vader en zoon Schnall gingen aan de slag in de diamantsector in Antwerpen. Estera’s zoon David trouwde in 1935 met Bejla Berlin (°1911 in Smorgonie), en kreeg op 22 januari 1938 een zoon, Sylvain Lazare. Estera’s man Leiser leerde zijn kleinzoon nooit kennen. Hij overleed op 17 oktober 1937 in Antwerpen.
Na de dood van haar man verhuisden Estera en haar dochter Golda Chaja naar Borgerhout, waar ze in de Borgerhoutsestraat 72 wonen. Golda Chaja was intussen begonnen aan een opleiding om hoedenmaakster te worden. Op 27 oktober 1941 trouwde Golda Chaja in Koekelberg met Nechemie Mandelbaum (°21 mei 1901 in Trzebinia), een houthandelaar uit Krakau. Golda Chaja bleef wel bij haar moeder in Borgerhout wonen, terwijl Nechemie dicht bij zijn handelspartners in Brussel verbleef.
Estera’s zoon David werd al in juli 1942 opgepakt en samen met 287 andere mannen door de Duitsers naar Les Mazures in Noord-Frankrijk gedeporteerd. Dit werkkamp stond onder toezicht van de Nazi-bouwmaatschappij Organisation Todt. Joodse dwangarbeiders uit Antwerpen produceerden er bruinkool voor bouwwerven van Organisation Todt aan de kust. Estera’s zoon David verrichte werk voor de Franse onderaannemer Vaisset. De dwangarbeiders dachten dat hun werk ervoor zou zorgen dat hun families in België veilig zouden blijven, maar niets is minder waar.
Op 23 september 1942 werden Estera’s dochter Golda Chaja en haar man Nechemie samen opgepakt tijdens een razzia in Antwerpen. Het paar werd naar de Dossinkazerne gebracht en als nummers 1616 en 1617 voor transport XI naar Auschwitz ingeschreven. Het transport verliet Mechelen drie dagen later op 26 september 1942 en kwam op 28 september 1942 aan in Auschwitz-Birkenau, waar elk spoor van Golda Chaja en Nechemie verdwijnt. Golda Chaja was 31 jaar oud op het moment van haar deportatie, haar man Nechemie was 41.
De dag dat haar dochter en schoonzoon op transport werden gezet, werd ook Estera in de Dossinkazerne ingeschreven. Haar naam verscheen onder nummer 100 op de lijst van Transport XII. Estera was 72 jaar oud op het moment dat ze op 12 oktober 1942 in Auschwitz-Birkenau aankwam. Ze werd waarschijnlijk meteen naar de gaskamers gebracht.
Op 21 oktober 1942 werd ook David,samen met 233 andere dwangarbeiders uit Les Mazures, naar de Dossinkazerne gebracht. Als nummer 169 verliet hij met Transport XV op 24 oktober 1942 de Dossinkazerne. Bij aankomst in Auschwitz op 26 oktober 1942 werd David, 38 jaar oud, als dwangarbeider tot het kamp toegelaten. Hij stierf er nauwelijks vijf weken later, op 1 december 1942.
Davids vrouw Bejla Berlin bleef alleen achter in Antwerpen met haarzoon Sylvain Lazare Schnall. Zij konden op 21 januari 1943 in naar Zwitserland vluchten, waar ze tot het einde van de oorlog in verschillende opvangcentra verbleven. Na de oorlog kwamen Bejla en Sylvain Lazare terug naar Antwerpen. Bejla hertrouwde met Salomon Zwirn (°19 november 1903 in Lipnica Dolna), een diamantfabrikant en Auschwitz-overlevende. Net als Bejla verloor Salomon zijn echtgenote, Rojza Müller (°17 augustus 1905 in Turek) in het kamp. Ook zijn zoontje Willy Zwirn (°27 juni 1936 in Berchem) overleefde de deportatie naar Auschwitz niet. Op 30 april 1948 verwelkomden Bejla en Salomon een dochter, Denise.