Eugène Hellendall leidt tijdens de Tweede Wereldoorlog een bewogen leven. Als lid van de Vereeniging van Joden in België probeert hij het leed van zijn geloofsgenoten te verzachten. Ondertussen verzet hij zich tegen de bezetter, zowel in het openbaar als clandestien. Na een eerste keer ternauwernood aan deportatie te ontsnappen, voeren de nazi’s hem en…
Baruch Luxemberg en Laja Cwatla Grozwursel kregen vier kinderen: Dora, Regina, Celina en Suzanne. Mogelijk overleed Dora voor de oorlog of woonde ze tijdens de bezetting in het buitenland. Baruch, Laja Cwatla, Regina, Celina en Suzanne werden met een verschillend transport (II, XIV en XV) gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau.
Deze Poolse Joden wonen in de Lange Kievitstraat 131. Deze straat krijgt het zwaar te verduren tijdens de agressiefste razzia in Antwerpen.
Aron Wahl, een Poolse Jood, kwam in 1924 aan uit Hannover in Duitsland.
Jacob Osias Klapholz, een Duitse Jood, immigreerde in 1926. Hij vestigt zich in Antwerpen.
Betti Blaugrund wordt in 1942 in Brussel geboren. Haar ouders vinden een onderduikplek voor haar op de boerderij van Louis en Odile Ceulemans-Gryson in Aarschot waar zij hun baby’tje af en toe kunnen bezoeken. Het gezin Ceulemans behandelt Betti als hun eigen kind. Na de bevrijding wordt het meisje met haar ouders herenigd. In 2019 wordt Betti’s getuigenis in Kazerne Dossin opgenomen, haar fotoalbums en meerdere objecten gedigitaliseerd. Betti schenkt ten slotte ook een origineel schrijfbureautje, gebruikt door haar gedeporteerde neefje en nichtje Jacques en Aline Klajn, aan het museum.