Gezin Topor

De Sipo-SD roept op 17 augustus vader Abraham Topor (41), moeder Chana Szerman (48), Szmul Herszek (17) en zelfs de jongste, Isidor (12) op om zich naar het Sammellager te begeven.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 25 augustus 1942 met transport 5
Het gezin Topor in de jaren ‘30: de broers Szmul Herszek, Isidor, Moszek en Srul, de oudste, met hun ouders Chana Szerman en Abraham Topor
De Sipo-SD roept op 17 augustus vader Abraham Topor (41), moeder Chana Szerman (48), Szmul Herszek (17) en zelfs de jongste, Isidor (12) op om zich naar het Sammellager te begeven. Deze Antwerpse Joden melden zich in Mechelen twee dagen na de grote razzia van 15 augustus 1942. Deze razzia had ook hun straat getroffen, de Lange Kievitstraat. Uit eigen beweging voegt Moszek (20) zich drie dagen later bij hen. Alleen Srul Topor (22) onttrekt zich aan de deportatie. Van de zes leden van het gezin Topor, gedeporteerd met transport 5, worden alleen Szmul en Moszek geselecteerd voor arbeid. Er is in 1945 maar één overlevende van dit gezin, Szmul, stamnummer 62 021, alias Sam Topor.
Publicatieinfo

ADRIAENS Ward, STEINBERG Maxime (e.a.), Mecheln-Auschwitz, 1942-1944. De vernietiging van de Joden en zigeuners van België, 4 delen, Brussel, 2009.

Dr. Maxime Steinberg & Dr. Laurence Schram