Kurt Posener, een veteraan uit de Eerste Wereldoorlog, vlucht na Kristallnacht (9-10 november 1938) met zijn zoon Ludwig vanuit Duitsland naar Brussel. Hij slaagt er niet in ook zijn echtgenote, Cécile Skopp, te laten overkomen. Zij zal eind 1941 vanuit Berlijn worden gedeporteerd en in de buurt van Riga worden vermoord. Kurt Posener wordt in mei 1940 als verdachte door de Belgische autoriteiten aangehouden, aan de Franse overheid overgedragen en naar het zuiden van Frankrijk overgebracht. Hij belandt achtereenvolgens in de kampen Saint-Cyprien, Gurs, Les Milles en opnieuw Gurs, waarna hij wordt toegevoegd aan de 526e Groep Tewerkgestelde Buitenlanders in Izeste. Na zijn internering in het kamp Rivesaltes wordt Kurt Posener (51) naar Drancy overgebracht. Op 11 september 1942 voert deportatietransport 31 hem vanuit dit verzamelkamp naar Auschwitz-Birkenau. Hierna verdwijnt elk spoor van hem. Kurt Posener overleeft de deportatie niet.
VAN GOETHEM, Herman, en Patricia RAMET, red. Drancy-Auschwitz 1942-1944: Joden uit België, gedeporteerd via Frankrijk = Juifs de Belgique, déportés via la France = Jews from Belgium, deported via France. Brussel: ASP, 2015.