Leo Leger wordt op 9 april 1921 geboren in een door en door Amsterdamse familie. Samen met zijn vader Isaac Leger (°15 juni 1885), moeder Henriette van der Molen (°23 december 1885) en zijn oudere zussen Elisabeth (°24 mei 1912) en Rachel (°17 april 1916) emigreert hij in 1928 naar België. Isaac, de vader van het gezin, is handelsreiziger gespecialiseerd in radio’s. Het gezin woont in Berchem, in de Minervastraat 13. Het appartement is slechts enkele straten verwijderd van de Thaliastraat, waar Leo’s oom Leon Leger met zijn vrouw Sara en twee zoontjes op nummer 74 woont, en de Gitschotellei, waar oom Emmanuel Leger met zijn vrouw Dina en drie kinderen op nummer 158 woont.
Leo werkt tot het begin van de oorlog als diamantslijper in de Antoon van Dyckstraat in Antwerpen. Op 10 mei 1940 worden zowel Leo als zijn vader Isaac, die tot dan bij een Brusselse radiofirma in dienst was, plotseling werkloos. Het leven tijdens de oorlog is hard, zeker voor Joden. Ze kunnen met moeite werk kunnen vinden en worden door de Duitsers geviseerd met steeds meer vernederende maatregelen. Zo moeten alle Joden zich bij hun gemeentebestuur in het Jodenregister laten registreren. Op hun paspoort wordt met rode inkt “Jood – Juif” gestempeld. Vanaf 1942 moeten ze een gele ster op hun kleren dragen. In maart van dat jaar wordt Leo opgepakt in het station van Essen; hij zou een zak erwten van 10kg bij zich gehad hebben en deze illegaal willen verkopen. Leo verklaart echter de zak voor eigen gebruik gekocht te hebben, waarschijnlijk op de zwarte markt. De erwten worden geconfisceerd, maar Leo wordt voorlopig weer vrijgelaten. Op 17 juli 1942 wordt Leo samen met zijn oom Emmanuel (°3 september 1899) door de Duitse Sicherheitspolizei-Sicherheitsdienst gearresteerd. Ze worden gedwongen tewerkgesteld in het werkkamp Les Mazures (Noord-Frankrijk) voor de firma Scholzen via Organisation Todt, de Duitse bouwmaatschappij die dwangarbeid in werkkampen organiseert.
In de Dossinkazerne in Mechelen zijn de nazi’s in augustus 1942 gestart met het organiseren van transporten naar Auschwitz. In het najaar blijkt met moeilijk om voldoende mensen te vinden om de transporttreinen te vullen. Daarom worden Leo en Emmanuel, samen met 232 andere gevangenen uit Les Mazures, naar de Dossinkazerne gebracht. Ze worden er op 21 oktober als nummer 61 en 62 op de lijst van transport XV gezet. Het transport vertrekt op 24 oktober 1942. Van Emmanuel Leger ontbreekt elk spoor na aankomst in Auschwitz-Birkenau op 26 oktober. Leo wordt echter met zekerheid als dwangarbeider geselecteerd en krijgt het nummer 70545 op zijn arm getatoeëerd. Dan verdwijnt ook Leo in het moordende kampregime. Hij is 21 jaar oud als hij naar Auschwitz gedeporteerd wordt.
Ook de rest van Leo’s familie ontsnapt niet aan de vervolging: terwijl Leo in Frankrijk dwangarbeid verricht, worden zijn ouders Isaac en Henriette, zijn zus Rachel, en haar echtgenoot Szmul Josek Karper (°12 april 1907 in Ostrowice) gedeporteerd. Ook de vrouw van Leo’s oom Emmanuel – Dina Zak (°17 december 1899) – wordt in Auschwitz vermoord, net als hun kinderen Henriette-Dina (°24 augustus 1923), Esther (°21 maart 1926), en Maurits (°21 mei 1931). Ook Leo’s schoonbroer Louis Blog (°7 maart 1914), de echtgenoot van Elisabeth, die net als Leo diamantbewerker was, keert niet terug uit het concentratiekamp. Alleen Leo’s oudste zus Elisabeth en haar dochtertje Rosette (°19 augustus 1940 in Berchem) overleven als bij wonder de oorlog, misschien door onder te duiken. Ook Leo’s oudste oom Leon (°20 augustus 1893), zijn vrouw Sara Gobets (°18 juli 1894), en hun twee zoons Maximiliaan Leonard (°27 juni 1923) en Robert Jaap (°21 juli 1930) ontsnappen aan de deportatie. Waarschijnlijk zijn ook zij door de onderduik gered. Van Leo’s zestien Antwerpse verwanten zijn er in 1945 nog maar zes in leven. Geen van zijn gedeporteerde familieleden keren terug uit Auschwitz-Birkenau.