Het gezin Zicherman migreert in 1930 van Roemenië naar België. Vader Hers is koopman, terwijl moeder Chana Jungher de zorg voor hun negen kinderen op zich neemt. Op 10 mei 1940 maakt de familie het begin van de bezetting mee in Antwerpen, waar een van de dochters, Malea, anderhalf jaar later overlijdt. Begin september 1942 worden Hers Zicherman en zijn dochter Louise tijdens een razzia opgepakt en vanuit de Dossinkazerne met transport X naar Auschwitz-Birkenau gevoerd. Geen van beiden overleeft de deportatie. Daarop vluchten twee andere kinderen van het gezin Zicherman – Maier en Sura – naar Frankrijk. Zij worden vlakbij de Zwitserse grens opgepakt, naar de gevangenis van Belfort overgebracht en op 9 februari 1943 met transport 46 vanuit Drancy naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Elk spoor van Sura Zicherman (19) verdwijnt bij aankomst. Net als haar vader en zus overleeft zij de deportatie niet. Maier Zicherman (23) wordt tewerkgesteld in een cementfabriek in het Kommando (bijkamp) Golleschau. Op 31 maart 1943 wordt hij na een mislukte vluchtpoging gefusilleerd. Zijn moeder en vijf andere broers en zussen overleven de oorlog.
VAN GOETHEM, Herman, en Patricia RAMET, red. Drancy-Auschwitz 1942-1944: Joden uit België, gedeporteerd via Frankrijk = Juifs de Belgique, déportés via la France = Jews from Belgium, deported via France. Brussel: ASP, 2015.