Rebecca Rosalia Wetstein werd op 21 oktober 1927 geboren als jongste dochter van Samuel Wetstein 04/10/1887, Krakau) en zijn echtgenote Marja (soms Maya or Maria) Kantor (12/11/1889, Krakau). Rebecca’s ouders en twee oudere zussen, Anna (02/10/1914, Wenen) en Ida (05/06/1919, Krakau) waren in 1923 van Krakau naar Antwerpen verhuisd. Haar vader was actief als garnierder. Oudste zus Anna trouwde in 1935 in Antwerpen met Motel Szwajcer, een diamantslijper. Twee jaar later kreeg het paar een zoon.
Op 25 augustus 1942 kwam het gezin Wetstein, met vader Samuel, moder Marja en dochter Rebecca, zich vrijwillig aanmelden aan de Mechelse Dossinkazerne met een Arbeitsansatzbefehl, een oproep tot arbeid dat de Duitse bezetter had gestuurd naar tienduizenden Joodse personen die in België leefden. Dit document was een leugen, slechts een klein deel van de gedeporteerden zou effectief tewerkgesteld worden op hun bestemming, het vernietigingscentrum, Auschwitz-Birkenau. Op 29 augustus vertrokken ze alle drie met Transport VI. Schoonbroer Motel Szwajcer werd eerst opgevorderd om als dwangarbeider te werken aan de Atlanticwall in het noorden van Frankrijk. Van daar werd hij samen met hondereden andere Joodse dwangarbeiders op 31 oktober 1942 overgebracht naar de Dossinkazerne te Mechelen. Dezelfde dag vertrok hij met Transport XVI richting Auschwitz-Birkenau.
Geen van de vier gedeporteerde familieleden overleefden hun deportatie. Het grootste deel van de archieven van Auschwitz werd door de SS vernietigd net voor de ontruiming van het kamp. Enkel voor Motel kunnen we met zekerheid zeggen dat hij in het werkkamp van Auschwitz heeft gewerkt, hij kreeg het tattoeagenummer 72876 toebedeeld, maar ook voor hem is het onduidelijk wanneer hij exact is overleden.
Anna en haar zoon overleefden de oorlog. Anna hertrouwde enkele jaren na de oorlog. Over Ida is geen verdere informatie te vinden, mogelijk leefde ze tijdens de bezetting al niet meer in België.