Ruchla Sojcher (31/08/1889, Warschau) migreerde september 1926 naar de Brusselse gemeente Anderlecht. Ze was in december 1924 gescheiden van haar eerste man, Zelig Pietruszka en nam haar twee kinderen, Ryfka (1914) en Elja (1915) mee naar België. Ze ging er werken in als leerbewerkster in het atelier van haar broer, Chaim. Pinkus Aronwald (20/07/1897, Warschau) ruilde in februari 1926 Warschau voor Sint-Jans-Molenbeek. Hij ging er werken als hoedenmaker voor het atelier van Max Wokenfeld & Compagnie dat gevestigd was in het naburige Kuregem (Anderlecht). Ruchla en Pinkus moeten elkaar daar ontmoet hebben, want op 28 november 1928 trouwen ze in Anderlecht.
Pinkus Aronwald werd als dwangarbeider in Noord-Frankrijk ingezet in het kader van werken aan de Atlantikwall. Op 31 oktober 1942 werd hij overgebracht naar de Dossinkazerne te Mechelen, samen met enkele honderden andere Joodse dwangarbeiders. Dezelfde dag vertrok hij met Transport XVII naar Auschwitz-Birkenau. Drie dagen later kwam zijn trein aan op de bestemming en werd hij geselecteerd voor het werkkamp. Hij werd het nummer 72269 getatoeëerd op zijn voorarm. Pinkus overleefde zowel Auschwitz-Birkenau als de daaropvolgende dodenmarsen. Na de oorlog repatrieerde hij terug naar België, waar hij in het Brusselse bleef wonen.
Ruchla Sojcher wordt op 12 mei 1944 overgebracht naar de Dossinkazerne te Mechelen, dezelfde dag worden ook de namen van haar dochter Rifka Pietruszka en schoonzoon Moise Rubinsztein toegevoegd aan de transportlijst voor Transport XXV. Op 19 mei vertrekt dit transport vanuit Mechelen met bestemming Auschwitz-Birkenau. Twee dagen later komt dit konvooi toe op haar bestemming en worden 206 van de 508 inzittenden door de SS geselecteerd voor de gaskamers. De SS selecteerde fitte mannen en vrouwen tussen de 15 en 45 jaar oud. Ruchla was op het tijdstip van haar deportatie 54 jaar oud. Het is onwaarschijnlijk dat ze werd toegelaten tot het werkkamp. Voor haar dochter Ryfka kunnen we wel zeker zijn dat ze hiervoor werd geselecteerd, ze overleefde zowel Auschwitz-Birkenau als de daaropvolgende dodenmarsen en werd na de afloop van de vijandelijkheden terug naar België gerepatrieerd. Haar echtgenoot overleefde zijn deportatie niet. Ze hertrouwde met een weduwnaar.