Hella Szymkowicz & Léon Lewkowitz

Het verhaal van Hella Szymkowicz & Léon Lewkowitz, grootouders van Dominique Delescaille (RTL journaliste). Dominiques moeder, Louise, is er heel haar leven vanuit gegaan dat haar ouders haar in de steek lieten. Dominique ging op onderzoek uit en ontdekte het ware verhaal…

Dominique Delescaille en haar moeder Louise. Bron: Privé coll. Tekst door Dominique Delescaille « Ma grand-mère, cette jeune Polonaise morte à Auschwitz. À 68 ans, sa fille découvre enfin son visage » Uitgeverij Jourdan met voorwoord van Charles Szymkowicz.

Hella Szymkowicz en Léon Lewkowitz, een jong pools koppel, komt in november 1923 aan in België met kersvers zoontje Salomon dat onderweg in Duitsland geboren werd.

Ze hopen in België het geluk te vinden en krijgen nog twee kinderen: eerst Régina en daarna David. Helaas is het gezin al snel een illusie armer. Ze moeten zien te overleven met inkomsten van kleine klussen links en rechts en ze verhuizen regelmatig. Uiteindelijk vestigen ze zich in Charleroi, Henegouwen, zij het zonder papieren en zonder enige mogelijkheid om nog terug te keren naar hun geboorteplaatsen in Polen.

Zo goed en zo kwaad als het gaat, probeert het gezin zich aan te passen.  Léon wordt een man van wisselende beroepen en komt aan de bak als mijnwerker, stoffenhandelaar en venter.  Zijn dochter, Régina, kan zelfs een opleiding tot naaister volgen tot ze op 14-jarige leeftijd bevalt van haar dochtertje Louise. Enkele maanden later slaat het noodlot toe. De oudste zoon Salomon sterft in het ziekenhuis. Ook moeder Hella is stervend ziek op dat moment maar komt er bovenop.

De zorg voor de kleine Louise, die de naam Lewkowitz draagt, wordt toevertrouwd aan Belgische buren uit de wijk. Uit voorzorg en schrik voor een aanklacht, veranderen zij de voor- en achternaam van de kleine meid. De rexisten zijn immers goed vertegenwoordigd in de stad.
We zijn ondertussen aan het eind van 1939 en de start van de oorlog in België is niet veraf…

Zoals zovelen, meldt het gezin zich op bevel aan op 8 augustus 1942 in de Dossinkazerne. Een week later, op 15 augustus 1942, worden ze op transport III naar Auschwitz-Birkenau gebracht. David is op dat moment niet ouder dan 11 jaar oud, Régina is er 17.  Bij de selectie na aankomst in het vernietigingskamp, worden 362 van de gedeporteerden aan het werk gezet. Enkel 5 van hen zal de bevrijding op 27 januari 1945 nog meemaken. De overige 638 slachtoffers aanwezig op het derde transport worden bij aankomst op 17 augustus meteen vergast. Zo ook de familie Szymkowicz-Lewkowitz die naar Mechelen was afgezakt in de hoop te kunnen gaan werken in het oosten.

Louise, die ondergedoken zat in Charleroi, is dus de enige in de familie die is kunnen ontsnappen aan de tragedie van de kampen. Tot ze 12 jaar is, gaat ze er van uit dat ze in de steek gelaten werd door haar moeder. Het duurt nog tot ze 68 is alvorens ze voor de eerste keer het gezicht van haar biologische moeder kan aanschouwen. Dit dankzij het noeste opzoekingswerk van haar dochter Dominique Delescaille, die er het boek  « Ma grand-mère, cette jeune Polonaise morte à Auschwitz. À 68 ans, sa fille découvre enfin son visage » over schreef.