Leopold Hertogs

Als Joodse Belg bewandelde deze Luikenaar een gevaarlijk en atypisch pad. Nadat hij de Dossinkazerne mocht verlaten door zijn gemengde huwelijk, stortte hij zich vol in het verzet. Dit leidde tot een tweede arrestatie met bijzonder gevolg: geen ‘raciale’ deportatie via Mechelen, maar transport als politiek gevangene vanuit de gevangenis van Sint-Gillis.  

Leopold Hertogs
Foto van Leopold Hertogs, vooroorlogs. Op de foto staat: „Aan mijn ‘kleine zusje’. Met veel liefdevolle groeten. Je broertje, Pol.“ (Kazerne Dossin - Fonds Hertogs family)

Leopold Hertogs wordt op 8 juli 1909 in Luik geboren als zoon van Bernard Hertogs (34 jaar), een man die zijn leven in België opbouwde maar zijn roots heeft in het Nederlandse Gulpen, en Henriette Levison (26 jaar). Hij heeft ook één zus, Nelly (3 jaar). In de Rue d’Harscamp 20, zowel woonst als zaak, werkt Leopolds vader als groothandelaar in fournituren voor herenkleding. Al op jonge leeftijd verliest Leopold zijn moeder, en moet hij opgroeien zonder haar.

Als tiener kiest Leopold resoluut voor België. Op zestienjarige leeftijd verkrijgt hij de Belgische nationaliteit. Dat heeft tot gevolg dat hij in 1939 als handelaar uit de zaak van zijn vader wordt weggehaald en wordt gemobiliseerd in het Belgische leger. Tijdens de Duitse inval in België in mei 1940 verdedigt hij het land mee als sergeant in het 5de Regiment Artillerie in de Versterkte Positie Namen (VPN), midden in de hevige verdediging tegen de oprukkende Duitse troepen. Naarmate de bezetting vordert, vaardigt de bezetter alsmaar meer verordeningen uit. Zowel Leopold als zijn vader Bernard dienen zich in 1942 in te schrijven als lid van de Vereniging van Joden in België.

Op 26 mei 1943 bevinden Leopold en zijn vader zich in Brussel voor zaken. Bernard bezit daar een magazijn in de Stoofstraat 71. Ze hebben een afspraak met een Luikse zakenrelatie, Michel Donnay, om samen terug te keren naar Luik. Maar wanneer vader en zoon aan het Fontainasplein wandelen, worden ze plotseling benaderd door de Sicherheitspolizei-Sicherheitsdienst (Sipo-SD) in burgerkledij, bijgestaan door een Joodse verklikker die hen aanwijst. Beiden worden gearresteerd, naar het hoofdkwartier van de Sipo-SD aan de Louizalaan gebracht, en vervolgens overgebracht naar de Dossinkazerne in Mechelen, waar Leopold en Bernard op 27 mei 1943 worden geïnterneerd.

Op dat moment speelt ook Leopolds familiale situatie een beslissende rol. Sinds 7 december 1940 was hij gehuwd met een niet‑Joodse vrouw, Denise Simonis (geboren in 1916), waardoor zijn huwelijk onder de nazistische rassenwetgeving als “Mischehe” (gemengd huwelijk) wordt beschouwd. Op 9 juli 1943 wordt Leopold vrijgelaten uit de Dossinkazerne, een uitzondering die voortvloeit uit de manier waarop de Duitse beleidslijnen rond gemengde huwelijken juist dan worden toegepast: in deze fase van de bezetting biedt zo’n huwelijk bescherming tegen deportatie.

Leopold Hertogs
Foto voor de Citadel van Namen (België) met, van links naar rechts: Joseph Colaris (grootvader van vaderskant van Micheline), Bernard Hertogs, Micheline Colaris (dochter van Nelly), Jean Colaris (man van Nelly) en Leopold Hertogs (in legeruniform). [1939-1940]. (Kazerne Dossin - Fonds Hertogs family)

Bernard (68 jaar) blijft langer in Mechelen, tot 16 september 1943. Hij wordt niet volledig vrijgelaten, maar samen met enkele andere bejaarde Joden overgebracht naar het Joodse ouderentehuis in Scheut, onder meer omdat de bezetter plek vrij wil maken in de Dossinkazerne voor de gearresteerden van de razzia’s. In Scheut beschrijft hij het leven als een toestand van halve vrijheid: bewoners mogen zich buiten het tehuis bewegen, maar slechts binnen een beperkte straal, en krijgen uitgaansbewijzen omdat zij hun identiteitskaart niet meer hebben. Het tehuis staat onder strenge Duitse controle. Bernard verblijft er tot 10 februari 1944, waarna hij wordt vrijgelaten en terugkeert naar huis.

Leopold kiest na zijn vrijlating uit de Dossinkazerne niet voor een teruggetrokken bestaan. Hij sluit zich aan bij het Belgische verzet, meer bepaald bij Armée de la Libération (Leger van de Bevrijding) en Union des Agents Communaux Liégeois de la Résistance, twee organisaties die verzetsactiviteiten in de regio Luik coördineren. Zijn inzet houdt aanzienlijke risico’s in, maar is van levensbelang voor anderen: hij zorgt voor blanco of vervalste identiteitspapieren voor vervolgden, helpt Belgen aan valse papieren om te ontsnappen aan de verplichte tewerkstelling in Duitsland en verspreidt gestolen of vervalste rantsoenzegels onder Joden, verzetslui en onderduikers, zodat zij voedsel en andere benodigdheden konden verkrijgen.

Zijn verzetsactiviteiten betaalt Leopold met een tweede arrestatie. Op 18 maart 1944 wordt hij thuis aan de Rue d’Harscamp 20 in Luik aangehouden door de Sipo‑SD. Anders dan in 1943 leidt dit niet tot overbrenging naar de Dossinkazerne. Leopold wordt naar de militaire gevangenis in het Fort van Hoei (Frans: Citadelle de Huy) overgebracht, waar zijn vrouw Denise hem nog pakketten mag sturen, hoewel zij hem niet mag bezoeken. Daarna wordt hij overgebracht naar de gevangenis van Sint-Gillis in Brussel, waar hij van 27 april tot 22 juni 1944 opgesloten zit.

Op 23 juni 1944 wordt Leopold Hertogs gedeporteerd. In een briefje dat hij uit de vertrekkende trein weet te werpen, schrijft hij dat hij denkt naar Bonn (Duitsland) te worden gebracht waar hij opnieuw bij zijn ‘gevechtskameraden’ (anciens compagnons d’armes) zal worden gevoegd. In werkelijkheid passeert hij minstens drie Duitse gevangenissen voordat hij in concentratiekamp Auschwitz aankomt, zoals wordt getuigd door de Luikse medegevangene Léon (Moses Leo) Wygocki. Bij aankomst in Auschwitz krijgt Leopold het tatoeagenummer 189559 en wordt hij opgedragen tot dwangarbeid.

Foto van Bernard Hertogs (links), Leopold Hertogs (midden) in militair uniform en Micheline Colaris (rechts) (dochter van Nelly Hertogs), vermoedelijk in het Parc de la Boverie in Luik (België), september 1939. (Kazerne Dossin - Fonds Hertogs family)

Ondertussen blijft zijn vader Bernard kwetsbaar voor vervolging. In de nacht van 4 juli 1944 wordt hij opnieuw in Luik gearresteerd door de Sipo‑SD en na enkele uren hechtenis overgebracht naar het Fort van Hoei. Drie weken later volgt een kort verblijf in de Dossinkazerne, van 27 tot 29 juli 1944. In plaats van gedeporteerd te worden, wordt de inmiddels 69‑jarige Bernard opnieuw onder toezicht van de Sipo‑SD naar het Joodse tehuis in Scheut gestuurd, waar hij formeel onder Duitse controle staat maar voorlopig gevrijwaard blijft van transport naar een kamp.

Bernard blijft in Scheut tot 29 augustus 1944. Kort voor de komst van de geallieerden verlaat hij het tehuis, uit angst dat de Duitsers hem zullen wegvoeren, en laat hij bewust geen adres achter. Hij duikt enkele dagen onder bij de familie Thys, ondernemers in Linkebeek bij Brussel, en durft zich pas na de bevrijding openlijk weer te laten zien. Op dat moment weet hij nog niet wat er met zijn zoon is gebeurd.

Leopold Hertogs
Foto van Leopold Hertogs, vooroorlogs. (Kazerne Dossin - Fonds Hertogs family)

In september 1944 wordt Leopold, na een verwonding, opgenomen in het “Häftlingskrankenbau (HKB) van Auschwitz, de ziekenbarak voor gevangenen die te zwak of te ziek zijn om te werken. De omstandigheden daar zijn uiterst precair, met zo goed als geen medische verzorging en voortdurende selecties voor executie. Toch houdt Leopold het vol. Tot in januari 1945 blijft hij in Auschwitz, terwijl het Rode Leger nadert. Het kamp wordt geëvacueerd en Leopold wordt gedwongen aan de beruchte dodenmarsen door sneeuw en vrieskou. Op 25 januari komt hij aan in het concentratiekamp Mauthausen (Oostenrijk), waar hij het gevangenenummer 119842 krijgt. Vanuit Mauthausen wordt Leopold naar het nabijgelegen subkamp Gusen ondergebracht, waar zijn gezondheid volledig instort. Op 1 maart 1945 wordt Leopold overgeplaatst naar het “Sanitätslager (de ziekenbarak) van Mauthausen. Daar brengt Leopold zijn laatste dagen door. Op 6 maart 1945, slechts enkele weken voor de bevrijding van het kamp door Amerikaanse troepen, wordt Leopold Hertogs doodverklaard. Officieel sterft hij aan septikemie (bloedvergiftiging) en erysipelas (wondgerelateerde huidinfectie), diagnoses die in de kampadministratie vaak dienen om sterfgevallen door systematische verwaarlozing, uithongering en mishandeling te verdoezelen.

De nasleep van Leopolds deportatie raakt Denise diep. Op het moment van zijn arrestatie is ze zwanger en al ziek; pas later blijkt dat ze aan tuberculose lijdt. Op 10 augustus 1944 wordt hun dochter Marthe Hertogs geboren, maar Leopold krijgt haar nooit te zien. In de maanden daarna schrijft Denise wanhopig naar humanitaire organisaties en opsporingsdiensten om te melden dat hij een dochter heeft, en vraagt erbij dat haar slechte gezondheid niet wordt vermeld, om hem niet ongerust te maken. Het nieuws van zijn dood bereikt haar via een kort bericht in de krant La Libre Belgique, dat haar doet wanhopen en haar broze gezondheid verder ondermijnt. In 1946 is Denise uitgeput, fysiek en emotioneel. Ze voedt Marthe alleen op, volgt een opleiding als kapster, zodat ze in hun onderhoud kan voorzien, en hertrouwt in 1952 met Paul Gabriel uit Middelkerke, in de hoop een stabiele toekomst voor Marthe te kunnen bouwen.

Na de oorlog probeert ook Leopolds vader Bernard zijn leven opnieuw op te bouwen. In 1944 hertrouwt hij in Luik met Léonie (Leontine) Vergote, maar hij overlijdt in 1950, enkele jaren na de vervolging, de oorlog en het verlies van zijn zoon.

Bronnen

BRUSSEL, Algemeen Rijksarchief, Archief van de Openbare Veiligheid. Vreemdelingenpolitie: individuele dossiers, nr. 798363, Dossier van Bernard Hertogs.

BRUSSEL, Algemeen Rijksarchief, Archief van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) van Anderlecht, Registratielijsten van het Joods rusthuis Scheut (1943-1944).

BRUSSEL, Algemeen Rijksarchief, Dienst Archief van de Oorlogsslachtoffers, nr. AOS-AVG d058084, Dossier Leopold Hertogs.

BRUSSEL, Algemeen Rijksarchief, Dienst Archief van de Oorlogsslachtoffers, nr. AOS-AVG PP 161194/23910, Aanvraagdossier statuut van Politiek Gevangene van Bernard Hertogs.

BRUSSEL, Algemeen Rijksarchief, Dienst Archief van de Oorlogsslachtoffers, nr. AOS-AVG PPAD 43104/736, Aanvraagdossier statuut van Politiek Gevangene van Leopold Hertogs.

BRUSSEL, Algemeen Rijksarchief, Dienst Archief van de Oorlogsslachtoffers, nr. AOS-AVG-SD 113797, Dossier Bernard Hertogs (Bestand Jodenvervolging).

BRUSSEL, CegeSoma, Archief van de Vereniging van Joden in België, [KD_00009_0406_010605], Lidmaatschapsfiche van Bernard Hertogs, 30 maart 1942.

BRUSSEL, CegeSoma, Archief van de Vereniging van Joden in België, [KD_00009_0406_010606], Lidmaatschapsfiche van Leopold Hertogs, 30 maart 1942.

MECHELEN, Kazerne Dossin, Vereeniging der Joden in België – Association des Juifs en Belgique. Institut Martin Buber, [KD_00010_A010175], Brief van Bernard Hertogs aan de heer Van Damme betreffende de tussenkomst voor Leopold Hertogs, 18 maart 1944.

Jarno Maertens
Archivaris
Laatst bijgewerkt op 25/04/2026

Feedback