Zij hebben het overleefd

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 25 augustus 1942 met transport 5

Gezin Topor

De Sipo-SD roept op 17 augustus vader Abraham Topor (41), moeder Chana Szerman (48), Szmul Herszek (17) en zelfs de jongste, Isidor (12) op om zich naar het Sammellager te begeven.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 1 september 1942 met transport 7

Gezin Vos-Nabarro

Deze Nederlandse Joden uit Antwerpen, Emilius Vos, Rebecca Nabarro (28), hun kinderen Isaak (5), Andries (4) en Herman (3), wonen in wat men de Jodenbuurt noemt.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 12 september 1942 met transport 9

Leon Rotstein

Leon Rotstein, een Russische Jood, die in 1929 immigreerde, wordt op 7 augustus 1941 aangehouden in zijn woonplaats in Charleroi.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 26 september 1942 met transport 11

Gezin Sztejnberg-Helman

Mendel Majer Sztejnberg, een Joodse jongeman uit Kałuszyn in Polen, begon zijn reis naar het westen alleen. In 1930 voegt Ruchla Helman, eveneens uit Kałuszyn afkomstig, zich bij hem.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 10 oktober 1942 met transport 12

Gezin Grycman-Berkowicz

Het gezin Grycman-Berkowicz telt vijf leden. Heel het gezin wordt in Schaarbeek gearresteerd en op 5 oktober naar de Dossinkazerne overgebracht, waar ze vijf dagen opgesloten worden.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 24 oktober 1942 met transport 14

Gezin Nagiel-Amtmann

Het gezin Nagiel-Amtmann telt vier leden: vader Elja Noech Nagiel, moeder Margula Amtmann en hun twee zonen, Joseph, geboren in Antwerpen in 1940, en Félix, geboren in 1941 in Etterbeek.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 31 oktober 1942 met transport 16

Gezin Potaszewicz

Szmul Potaszewicz, een Poolse Jood, kwam in 1923 in België aan. Marie Zawadzka voegde zich een jaar later bij hem.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 31 oktober 1942 met transport 16

Ludwig Posener

Kurt Friedrich Posener is een Duitse Jood die na de Kristallnacht van 9 november 1938 naar Brussel vluchtte. Zijn zoon Ludwig, dan twaalf jaar oud, gaat met hem mee.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 19 april 1943 met transport 20

Echtpaar Landskroner-Reig

Berta Landskroner en Leib Reig werden in 1939 uit het Reich uitgewezen en vestigen zich in Brussel.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 19 april 1943 met transport 20

Gezin Goldsteinas-Vistinezki

Mendelis Goldsteinas en Hinda Vistinezki, Litouwse Joden, immigreerden respectievelijk in 1924 en 1925 naar België.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 20 september 1943 met transport 22A

Gezin Gruszow

Feiwel Gruszow, diamantbewerker van beroep, en Ilse Oppenheimer immigreerden respectievelijk vanuit Polen in 1909 en vanuit Duitsland in 1928.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 15 januari 1944 met transport Z

Rosa Keck

Rosa Keck, een Sinti met de Duitse nationaliteit, beviel van haar eerste twee kinderen in Duitsland: van Rudolf in 1932 in Deutz, dicht bij Keulen, en van Sophia in 1935 in Kreuznach.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 4 april 1944 met transport 24

Israel Majer Mandelbaum

Robert is de oorlogsnaam van Israel Majer Mandelbaum in het Joods Verdedigingscomité (JVK). Mandelbaum immigreerde samen met zijn vrouw Estera Wajnmann in 1932 vanuit Lublin naar Brussel.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 19 mei 1944 met transport 25

Gezin Lachman

David Lachman, een Poolse Jood, immigreerde in 1929 op zesjarige leeftijd samen met zijn ouders, zijn vader, Berck, zijn moeder, Garna Kozak, en Michal Icchok, de jongste, die toen drie was.

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 19 mei 1944 met transport 25

Gezin Chapochnik-Zimmerman

Het gezin Chapochnik-Zimmerman immigreerde vanuit Roemenië tussen 1920 en 1922. Van de zeven personen op deze foto zijn er na de oorlog nog drie in leven, onder wie twee die de deportatie hebben overleefd.