Deportatie

Gezin Dunkelblau-Schwarz

Gezin Dunkelblau-Schwarz

Mejlech Dunkelblau en Ryfka Schwarz werden beide geboren in Rzeszów (Polen). Op 15 november 1906 werd Anna Dunkelblau geboren. Mejlech en Ryfka leefden onofficieel gescheiden. Mejlech werd gedeporteerd met transport XXIV vanuit de Dossinkazerne naar Auschwitz-Birkenau en werd er vermoord. Ryfka en Anna werden niet gedeporteerd en overleefden de oorlog.


Notice: Undefined variable: counter in /data/sites/web/kazernedossinmemorial/www/wp-content/themes/memorial/taxonomy-story_cat.php on line 55
Gezin Lisak-Kaplan

Gezin Lisak-Kaplan

Moses Lisak en Esther Kaplan werden geboren in Kalisz (Polen). Ze kwamen eind januari 1939 aan in België als tussenstop om te emigreren naar Uruguay. Op 19 januari 1935 kregen ze een dochter: Ruth. Moses en Lisak werden gedeporteerd met transport XXIII vanuit de Dossinkazerne naar Auschwitz-Birkenau. Ruth werd niet gedeporteerd en overleefde de oorlog.

Gezin Eijsman-Kaganowitsch

Gezin Eijsman-Kaganowitsch

Anna Kaganowitsch en Wolf Eijsman trouwden op 25 juli 1934 in Maastricht. Een jaar later, op 6 mei 1935, kregen ze hun eerste en enige kind: Catherine. Anna en Catherine werden met transport XI en Wolf met transport XII vanuit de Dossinkazerne naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Ze overleefden de oorlog niet.

Sonia Sor en Joseph Gordon

Sonia Sor en Joseph Gordon

Sonia Sor en Joseph Gordon trouwden op 18 november 1933 in Gent. Het echtpaar werd op 11 januari 1943 in de Dossinkazerne ingeschreven op de lijst van transport XIX. Ze werden gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne naar Auschwitz-Birkenau waar ze werden vermoord.

Gezin Wyman-De Vrede

Gezin Wyman-De Vrede

Aaron Wyman en Rica de Vrede kregen één kind: Isidore Isaac. Aaron en Rica werden met transport XX gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Isidore kreeg op 8 februari 1939 de Belgische nationaliteit maar werd met transport XXIIB gedeporteerd. Niemand van het gezin Wyman-De Vrede overleefde de oorlog.

Louis Alexander en Elisabeth Nykerk

Louis Alexander en Elisabeth Nykerk

Louis Alexander ontvluchtte Duitsland in 1934. Hij trouwde op 6 augustus 1938 met Elisabeth Nykerk in Schaarbeek. Louis werd in 1940 opgepakt en weggevoerd naar Perpignan in Frankrijk. Na zijn vrijlating werd hij opnieuw opgepakt en met transport XXIV gedeporteerd. Louis stierf in 1945 in Theresienstadt. Elisabeth verbleef vermoedelijk in Nederland en overleefde.

Familie Nejman-Kimel

Familie Nejman-Kimel

Manijl Nejman en Masza Kimel kregen vier kinderen: Willy, Benjamin, Clara en Joseph. Heel de familie Nejman-Kimel werd met transport XI gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne naar Auschwitz-Birkenau. Manijl werd arbeidsgeschikt verklaard maar stief, net als zijn gezin.

Martin Kaufmann

Martin Kaufmann

Martin Kaufmann kwam in 1939 met een Kindertransport in België aan vanuit Duitsland. Hij werd door de Bijstandsraad voor Joodse vluchtelingen ondergebracht in verschillende weeshuizen. Martin ging in op het Arbeitseinsatzbefehl en werd met transport I gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Hij werd vermoord.

Betty Marx en dochtertje Ruth Tobias

Betty Marx en dochtertje Ruth Tobias

Betty Marx en Moses Tobias werden beide geboren in Duitsland. Ze trouwden en kregen één kind: Ruth Tobias. Betty en Moses scheidden waarna moeder Betty en dochtertje Ruth naar België trokken. Zij werden op 11 september 1942 gearresteerd tijdens de derde anti-Joodse razzia in Antwerpen. Betty en Ruth werden gedeporteerd en overleefden de oorlog niet.

Karl Guenther

Karl Guenther

Karl Guenther ontvluchtte Duitsland uit schrik voor de Jodenvervolging door de Gestapo. Hij ontving hulp van de Bijstandsraad voor Joodse vluchtelingen. Karl ging in augustus 1942 in op het Arbeitseinsatzbefehl en werd met transport III vanuit de Dossinkazerne naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Hij overleefde de oorlog niet.

Familie Luxemberg-Grozwursel

Familie Luxemberg-Grozwursel

Baruch Luxemberg en Laja Cwatla Grozwursel kregen vier kinderen: Dora, Regina, Celina en Suzanne. Mogelijk overleed Dora voor de oorlog of woonde ze tijdens de bezetting in het buitenland. Baruch, Laja Cwatla, Regina, Celina en Suzanne werden met een verschillend transport (II, XIV en XV) gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau.

Familie Sluis-Zeelander

Familie Sluis-Zeelander

Marcus Sluis was een diamantslijper en Adela Zeelander kwam ook uit een diamantbewerkersfamilie. Samen kregen ze drie kinderen: Sara, Clara en Filip. De familie Sluis-Zeelander werd via verschillende transporten (III, IX en XXI) naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Niemand van hen overleefde de oorlog.

Izraël Goldfarb

Izraël Goldfarb

Izraël Goldfarb werd met transport XXIII gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Hij overleefde de oorlog niet.

Gezin Aszmian-Szulanska

Gezin Aszmian-Szulanska

Lejb Aszmian en Doba Szulanska kregen drie kinderen: Abraham, Hersz en Lazare. Lejb overleed reeds in 1932. Abraham werd niet gedeporteerd en Hersz dook onder in Frankrijk. Doba en Lazare werden met een verschillend transport naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Zij overleefden de oorlog niet.

Sara Boeki

Sara Boeki

Sara Boeki werd met haar zoon Willy op transport XXIII vanuit de Dossinkazerne in Mechelen naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Moeder en zoon werden er vermoord.

Familie Spirn-Stick

Familie Spirn-Stick

De familie Spirn-Stick was een kroostrijk gezin dat bestond uit vader Leib Spirn, moeder Ruchel Stick en hun zeven kinderen: Gitel, Mozes Chaksel, Laie, Bine Sara, Izaak, Esther en Hanna. Via transport XI en transport XX werd het volledige gezin Spirn-Stick naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Niemand van hen overleefde de oorlog.

Gustav Abineri

Gustav Abineri

Gustav Abineri ontvluchtte Duitsland en kwam op 26 augustus 1938 in België aan. Hij zou naar eigen zeggen in België verblijven in afwachting van emigratie naar het buitenland. Gustav moest in 1940 verplicht België verlaten maar dit kon niet plaatsvinden door gezondheidsproblemen. Hij werd met transport VIII gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau en overleefde de oorlog niet.

Gezin Wahl-Keller

Gezin Wahl-Keller

Iedereen van het gezin Wahl-Keller, buiten vader Seinwel Hersz Wahl en dochter Lea, werd gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne in Mechelen naar Auschwitz-Birkenau. Niemand overleefde de deportatie. Seinwel overleefde de oorlog maar stierf al in 1946.

Willem Kuit en Sophia Parijs

Willem Kuit en Sophia Parijs

Willem Kuit woonde als diamantbewerker afwisselend in België en Nederland. In 1923 trouwde Willem met Sophia Parijs en verhuisden ze naar België. Het echtpaar werd met een verschillend transport gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne in Mechelen naar Auschwitz-Birkenau. Willem met transport IX en Sophia met transport XI. Ze overleefden de oorlog niet.

Familie Kurier

Familie Kurier

De familie Kurier ontvluchtte Oostenrijk uit schrik voor vervolging door de Gestapo. Moeder Fryme Eisgrau stierf al in 1924. Vader Hersch Kurier en zijn kinderen Frederika, Jeannette en Regine werden allemaal gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne in Mechelen naar Auschwitz-Birkenau. Niemand van de familie Kurier overleefde de oorlog.

Gezin Rosen-Hochglober

Gezin Rosen-Hochglober

Dit gezin werd sterk geraakt door de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog.

Lotte Sontag

Lotte Sontag

Lotte voegde zich bij het communistische verzet om zo de Wehrmacht te destabiliseren.

Hertha Ligeti

Hertha Ligeti

Hertha Ligeti voegde zich bij het communistische verzet om zo de Wehrmacht te destabiliseren.

Marianne Bradt

Marianne Bradt

Marianne zat samen met twee andere vriendinnen in een communistische verzetsgroep en trachtte de Wehrmacht te destabiliseren.

Gezin Borenchole-Landsberg

Gezin Borenchole-Landsberg

Het gezin Borenchole-Landsberg werd met transport XX gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne in Mechelen naar Auschwitz-Birkenau. Moeder Fejga en dochter Thérèse werden er vermoord. De zoon, Salomon, werd niet gedeporteerd en overleefde de oorlog. Vader Abraham Joseph overleefde zijn gevangenschap in Auschwitz en kwam in 1945 opnieuw in België wonen, samen met Salomon.

Gezin Margulies-Mahler

Gezin Margulies-Mahler

Het gezin Margulies-Mahler verkreeg in 1926 de staatsnaturalisatie waardoor de Belgische nationaliteit werd toegekend. Met transport XXIIB werden Anne, Jacques, Helena-Ella, Liliane en Armand gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Zij werden vermoord. Georges Mahler dook met zijn vrouw Selma Lichtmann en kinderen Charles en Nanette onder in Aarschot. Zij werden nooit opgepakt en overleefden de Tweede Wereldoorlog.

Gezin Fryling-Rozenes

Gezin Fryling-Rozenes

Het gezin Fryling-Rozenes werd bij de enige grote razzia in Brussel in de nacht van 3 op 4 september 1942 opgepakt. Met transport IX werden Sender Bynem, Chaja Terna en hun kinderen Samuel en Claire vanuit de Dossinkazerne in Mechelen gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Niemand van het gezin overleefde de oorlog.

Familie Zeelander-Barmhartigheid

Familie Zeelander-Barmhartigheid

De familie Zeelander-Barmhartigheid woonde afwisselend in Amsterdam en Antwerpen. De gezinsleden werden via verschillende transporten naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Niemand van het gezin Zeelander-Barmhartigheid overleefde de oorlog.

Verzetslid Szmul Zanvel Wolman

Verzetslid Szmul Zanvel Wolman

Het verhaal van hoe een Poolse vertegenwoordiger van Belgische bedrijven, lid van het verzet werd. Szmul heeft in veel verschillende kampen gezeten, maar slaagde er enkele keren in te ontsnappen.

Israël Gerschkovitsch

Israël Gerschkovitsch

Na gevlucht te zijn van de Eerste Wereldoorlog, wordt de Tweede Wereldoorlog de dood van Israël en zijn moeder.

Gezin de Groot-Winther

Gezin de Groot-Winther

Isaak en Emmy, beide afkomstig uit Nederland, zoeken een beter leven in België. Ze worden echter gegrepen door de gruwel van het antisemitisme.

Gezin Bezem – Sperber

Gezin Bezem – Sperber

Omwille van gezondheidsproblemen bij de vader van Malka Sperber kwam het gezin naar België. Moeder en beide zonen gingen in op het Arbeitseinsatzbefehl, het tewerkstellingsbevel dat door de Sipo-SD werd uitgevaardigd. Met transport V werden ze vanuit de Dossinkazerne in Mechelen gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Zij overleefden het niet. Het lot van vader Abraham Bezem is…

Gertrude en Lipman Pakula

Gertrude en Lipman Pakula

Vader Lipman en dochter Gertrude werden uit Duitsland uitgewezen. Ze werden allebei vanuit de Dossinkazerne in Mechelen naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Ze overleefden het niet.

Familie Kotas - Kacai

Familie Kotas – Kacai

De familie Kotas – Kacai werden op een verschillend transport gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne in Mechelen naar Auschwitz-Birkenau. Niemand overleefde het.

Gezin Rabstein- Hirzkovitsch

Gezin Rabstein- Hirzkovitsch

Het gezin zette zich in voor de Joodse samenleving.

Gezin Fajbusiewicz- Abramowicz

Gezin Fajbusiewicz- Abramowicz

Het gezin heeft veel tragische gebeurtenissen meegemaakt. Het antisemitisme werd hen uiteindelijk fataal.

Chaim Miler

Chaim Miler

Chaim Miler kwam uit een kroostrijk gezin. Hij werd gedeporteerd met transport IX die halt hield in Kosel. Hij stapte uit en werd geselecteerd voor dwangarbeid. Chaim sterft enkele maanden voor het einde van de Tweede Wereldoorlog in Buchenwald.

Zelik Sztuden en Rosalie Luxberg

Zelik Sztuden en Rosalie Luxberg

Zelik Sztuden en Rosalie Luxberg werden vanuit de Dossinkazerne in Mechelen gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau en werden daar vermoord. Hun beide kinderen overleefden de oorlog.

Het gezin Klein-Thalheim

Het gezin Klein-Thalheim

Het gezin had grootse reisplannen, maar deze konden ze niet uitvoeren. Hun dochtertje Nelly komt als wees uit de oorlog.

Gezin Pander - Lublinski

Gezin Pander – Lublinski

Het gezin Pander-Lublinski bestaat uit vader, moeder en dochter. Niemand overleefde Auschwitz-Birkenau.

Kampdokter Fritz Basch

Kampdokter Fritz Basch

Ondanks dat Fritz Basch actief was als kampdokter in de Dossinkazerne, kon hij zijn gezin niet beschermen van deportatie.

Familie Wolff-Halpert

Familie Wolff-Halpert

De familie Wolff-Halpert hoopte op een nieuw leven aan de andere kant van de oceaan, maar geraken nooit ter plaatse.

Edith Silbiger

Edith Silbiger

Edith Silbiger, persoonlijke secretaresse van de kampcommandant, werd op transport XXIIA gezet.

Familie Sztainke-Zandlowicz

Familie Sztainke-Zandlowicz

Dankzij de vriendelijke vrouwen Balthus en Allard kunnen de kinderen onderduiken in het kasteel van Fraiture, waardoor ze de oorlog overleven.

Gezin Schwarzbaum-Eidels

Gezin Schwarzbaum-Eidels

Van het hele gezin Schwarzbaum-Eidels overleven enkel vader Aron en schoonzoon Kurs de oorlog.

De familie Berenblum

De familie Berenblum

Op 24 februari 1939 begint het vluchtelingenverhaal van de familie Berenblum, met ouders Abraham Berenblum en Maria Freimowski en dochters Sonja en Rosa.

Gezin Langenauer - Badner

Gezin Langenauer – Badner

De Poolse Jodin Malka Badner kwam in België aan in 1912. Jozef Markus Langenauer immigreerde later. Hun oudste kind, Isidoor, wordt in 1924 in Antwerpen geboren, Rosa in 1927 en ten slotte Frieda in 1930.

Gezin Domb-Neugebohr

Gezin Domb-Neugebohr

Deze Poolse Joden ontvluchtten Duitsland in 1939. De vader (47) is handelsvertegenwoordiger van beroep. De moeder, Ester Neugebohr, een 38-jarige huisvrouw, zorgt met de hulp van haar oudste dochter voor haar drie andere kinderen.

Valentine Zaslavsky: een overlevende vertelt het verhaal van de Dossinkazerne

Valentine Zaslavsky: een overlevende vertelt het verhaal van de Dossinkazerne

Gedeporteerd vanuit de Dossinkazerne op 15 januari 1943 met transport 18

Jos Hakker, de uitvinder van de “Antwerpse handjes” gedeporteerd uit de Dossinkazerne

Op 20-jarige leeftijd kwam Joseph Hakker, een Nederlandse Jood, in 1907 in België aan.